Beste Mensen,

Twee weken geleden nam ik met m’n moeder een ijskoude trein naar Delhi, we zaten binnen met dekens om ons heen terwijl buiten alles verschroeide van de hitte. De trein had verder veel weg van een vliegtuig, er was een constante stroom aan drankjes en eten. In Delhi moesten we toch aan de hitte geloven, en ik had m’n laatste airco-ervaring voor deze reis. Na een middagje winkelen was het zover, een taxi naar het vliegveld en toen was ik weer alleen! Gek toch steeds.
Dezelfde avond nam ik nog een sleeper-bus naar Dharamsala, in de bergen, waar de Dalai Lama woont. Ik had in die bus het achterste, bovenste bed, hetgeen betekent dat je de helft van de tijd tegen het plafond gedrukt doorbrengt. Daar aangekomen kwam ik John en Chriss tegen, een stel dat ik tijdens m’n meditatie, in stilte dus, ‘ontmoet’ had. John ging een paar dagen later naar Pakistan, en dat was ook mijn plan!
Drie dagen later zaten we dus om 5 uur ’s ochtends in een rammelende bus richting de grens, na nog een hele hoop andere bussen, rickshaws en douane gedoe, dat allemaal prima op elkaar aansloot, stonden we in Pakistan, in Lahore. We checkten in in de Regal Internet Inn, de enige backpackers hangout in Lahore. Wat een verschil na India waar je nog redelijk wat toeristen tegenkomt (al vond m’n moeder het daar al weinig), hier waren we met z’n zevenen in een stad van 8 miljoen! Het effect van westerse media op het beeld van een land is hier duidelijk te merken, helaas, want het is een fantastisch land, met ontzettend vriendelijke mensen. En anders dan India. Mensen hoeven hier niet zo voor hun bestaan te vechten en zijn daardoor wat meer ontspannen, ook is er wat meer zelfrespect: mensen komen niet constant (al doen ze het nog steeds) op je af met de meest voor de hand liggende vragen. Wat relaxter reizen dus!
Ik was al eerder in Lahore geweest, en veel rondkijken hoefde wat mij betreft dus niet, zeker aangezien het ruim boven de 40 graden was. Wel ging ik samen met een Nederlander en een Duitser ’s avonds naar een plek in de oude stad die bekend stond als ‘roze buurt’. Bestaat dat in een Islamitische Republiek? Ja dus, de prostituees worden hier ‘dansende meisjes’ genoemd en de huizen waarin ze wonen zijn ‘muziekwinkels’. Daar rondlopen was genoeg om via allerlei mannen aanbiedingen te krijgen, variërend van 30 cent tot 10 euro. En toen we op aanwijzing van een jongetje een steeg in liepen stonden daar in ene allerlei vrouwen met make-up die ons aanspraken. Vreemde gewaarwording hier! Met al ons geld nog in onze portemonnee namen we een rickshaw terug.
Ik had intussen gehoord dat er in het noorden van Pakistan, in het Hindu Kush-gebergte, een festival zou zijn, na drie dagen reisde ik dus die kant op. Daarvoor moest ik eerst door Peshawar, de stad vlak aan de Afghaanse grens, waar dan ook voornamelijk Afghanen wonen. Hier was ik de eerste backpacker in HET guesthouse sinds een week! Na een dag door de oude bazaar te hebben gelopen en overal thee, Afgaanse groene thee, gedronken te hebben, zat ik in een minibus de bergen in. Het was een busje waar we in Nederland met moeite 11 mensen in krijgen. Hier zaten we met z’n 21-en in, en 14 uur lang. Elk hobbeltje zorgde ervoor dat het raamkozijn tegen m’n hoofd aan klapte, en ik had nog 2 dagen een bult. Geradbraakt kwam ik ’s ochtends aan in Chitral, de hoofdstad van het district; niet meer dan een straat. Daar sliep ik een nachtje, en keek ik een voetbalwedstrijd waar, naar het schijnt, ooit het Nederlandse ambassadeteam gespeeld heeft (dat is wat die lui doen!). De volgende ochtend per jeep de Kalash-vallei in. Wauw. Een nauwe vallei, tussen hoge rotsachtige bergen, vol met watertjes en overal, echt overal groen! De weg is nauwelijks begaanbaar, maar na twee uur hobbelen stond ik in Brun, een van de grotere dorpjes. Prachtig! De mensen hier zijn blanker dan Pakistanen. Sommigen zelfs echt blank en blond, en er zijn heel wat blauwe ogen. Het schijnt dat ze afstammen van de Grieken die hier met Alexander de Grote kwamen. Of dat waar is weet ik niet, maar het zijn in ieder geval hele bijzondere mensen. Vrouwen dragen nog steeds traditionele kleding:

[Foto verloren gegaan: ‘Kalash meisjes’]

en leven een open leven. Ik werd direct aangesproken: Ishpatta Baya! Welkom broer! En welkom voelde ik me! Ik vond een bed in een kamer die ik onder andere deelde met Malik, de eigenaar van de Regal Internet Inn in Lahore, hij was hier ook gekomen voor het festival dat de dag erop zou beginnen. Deze man, Malik, is een bijzondere man, een legende onder de backpackers, en bekend in Pakistan. Hij was ooit adviseur van Benazir Bhutto (voormalige premier van Pakistan) en woonde 8 jaar in haar huis. Ik bracht nu m’n middagen kaartend met hem door.
Het festival duurde drie dagen en trok alle Kalash uit de omringende valleien aan. Maar naast de Kalash kwamen er ook heel wat rijkere moslims op af, net als ik als toerist. Maar met het grote verschil dat ze ongegeneerd met hun tong uit hun mond naar de ongesluierde, dansende, rokende en drinkende vrouwen stonden te staren.
Het lentefestival was bedoeld voor de goede oogst dit jaar, en om families te herenigen na de koude winter. Er wordt veel tara (abrikozenlikeur) gedronken en gedanst.
Na drie dagen uitzicht over de groene vallei vond ik het genoeg en ging ik terug naar Chitral, dat kleine hoofdstadje. Daar ben ik nu. Morgen ga ik terug naar Peshawar, waar ik als alles goed gaat, m’n Iraanse visum op kan halen. Binnen een week hoop ik in Iran te zijn! Vanuit daar een volgend bericht! 

Groetjes,
Anne