Mensen,

Twee weken geleden schreef ik vanuit Goa, ik sliep toen in m’n tipi:

M’n tipi in Goa

De volgende dag was het zaterdag, en tijd voor m’n eerste en laatste Goa Party. We hoorden dat er om 3 uur ’s middags een begon. Ik ging er met Atakan, een Turkse vriend, heen en tot 10 uur werd er op het strand trance muziek gedraaid, erg gaaf en vermoeiend, 10 uur voelde als 5 uur ’s ochtends. De volgende dag was het tijd om uit Goa te vertrekken voor ik bleef plakken, op naar Hampi.
Ik werd door m’n vrienden op de bus gezet, en na een aantal lokale bussen stond ik op een groot busstation alwaar die avond een bus richting Hampi vertrok. Ik had besloten een ‘lokale’ bus te nemen, die was bijna 4 keer zo goedkoop als de toeristenbussen die hier inmiddels, naar Thais model, zijn. Opzich is zo’n bus prima, afgezien van het feit dat het een beetje krap is, maar ik had pech. Ik kwam terecht naast een dronken Indiër die constant over mij in elkaar stortte en over de mensen voor hem heen kotste. En tot overmaat van ramp zat er een vrouw achter me, ze leek 100 maar was waarschijnlijk 50, die minstens zo dronken was en de hele tijd een 2 liter fles stinkend rijstbier open had. Ze was extreem luidruchtig, maar mijn pogingen haar stil te krijgen werden waarschijnlijk verkeerd geïnterpreteerd en het leek alsof ze me probeerde te zoenen. Na een slaaptechnisch dus niet zo geslaagde busrit kwam ik om 5 uur ’s ochtends aan in de buurt van Hampi alwaar om 7 uur een korte busrit me naar de plek bracht waar ik zijn wilde. Daar vond ik het guesthouse waar ik 4 jaar geleden ook geslapen had. Het was, afgezien van de prijzen, nauwelijks veranderd, en ik kon een kamer krijgen. En daar begint dit verhaal eigenlijk.
Ik ging even liggen, ik was tenslotte moe, en werd wakker met koorts. Balen, maar goed: India, kan van alles zijn. Dus een dag afgewacht en toen toch maar wat paracetamol ingenomen. Dat hielp eigenlijk nauwelijks, en na 3 dagen koorts maakte ik me een beetje zorgen. ’s Ochtends voelde ik me goed genoeg om naar de dokter te gaan, die ik vertelde dat ik vermoedde dat ik malaria had. Hij vertelde me dat ik dan te ziek zou zijn om naar hem toe te komen en dat dus onwaarschijnlijk was. Ik hield aan en we deden een bloedtest. Die gaf hem gelijk, ik had geen malaria! Nee, het was keelontsteking. Na nog twee dagen keelontsteking had ik geen pijn in m’n keel maar wel nog steeds af en toe koorts, het was avond en ik was ongerust, maar dacht dat ik nooit meer bij een dokter zou kunnen komen voor de volgende dag, Hampi is een beetje afgelegen. Gelukkig was er ongelofelijk vriendelijke Indiër die aanbood mij naar een ziekenhuis te brengen. Het was een uur achterop de motor om er te komen. Daar werd een uitgebreide bloedtest gedaan en bleek ik inderdaad Malaria te hebben!

Het laboratoriumrapport: malaria, positive

Even schrikken, maar goed, eigenlijk alleen maar goed om te weten en zo slecht voelde ik me niet. Ik kreeg medicijnen, 5 verschillende soorten, voor een week.

Vijf verschillende soorten medicijnen

De medicijnen deden langzaam hun werk, en de malaria nam een vaste tijd waarop de koorts kwam: ’s avonds vanaf een uur of 6 tot halverwege de nacht. Tijdens de koorts voelde ik me slecht, maar ’s ochtends was het alsof er niets aan de hand was. Op de laatste dag van m’n malaria medicijnen kwam Lotte, een vriendin uit Nederland (haar website), en eigenlijk ging het vanaf dat moment ook beter. Ik was nog niet helemaal beter en ging langs de dokter waar ik als eerste heen was gegaan, die een negatieve test had gedaan. Dit keer keek hij naar de positieve test die ik mee had genomen en was verbaasd: ‘je hebt helemaal geen malaria!’. Onzin natuurlijk, en dat vertelde ik hem ook, hij stuurde me door naar een ‘dokter of medicine’ (wat was hij dan?). Daar aangekomen mochten we wachten in de ‘injection room’ en waren we getuige van vele injecties. En toen het mijn beurt was vertelde de dokter, die zich duidelijk belangrijk en druk voelde, me dat ik toch wel malaria had en dat ze me te weinig medicijnen hadden gegeven voor het type malaria dat ik had. Ik kreeg meer en sterkere medicijnen, dit keer slechts 3 dagen. En naast pillen kreeg ik nu ook injecties, fijn! Maar die dingen werkten ontzettend goed! Vanaf dat moment heb ik geen koorts meer gehad: wat een opluchting. Ik was van de malaria af, maar ga de medicijnen toch afmaken voor het geval er stiekem ergens een parasiet achtergebleven is. Zodra ik beter was heb ik m’n ouders gebeld om ze te vertellen dat ik überhaupt malaria heb gehad, ik had dat stil gehouden omdat ze zich anders onnodig ongerust zouden maken (hoop ik). Nu ze het weten kan ik deze blog schrijven.
Lotte en ik hebben besloten een tijdje samen te gaan reizen, en blijven eerst nog een paar dagen hier. Ik ben hier nu 2 weken, maar heb nog nauwelijks iets gezien. En 12 februari zijn we van plan de boot naar de Andaman Islands te nemen, die doet er 3 nachten over en het is bepaald geen cruise, maar dan kom je aan in het paradijs, hetgeen de moeite dus wel waard is! Verder kreeg ik gisteren een email van m’n moeder, die komt me april opzoeken! Goed, dat was het weer. Mocht ik mooie dingen meemaken voor ik naar de eilanden vertrek dan komt er nog een verhaal voor de twaalfde anders zullen jullie moeten wachten tot na de 15e.

Groetjes,
Anne