Stukje Fietsen, enzo… · reisblog 2007–2008
Hoe een scheet een lach wordt
Nadat ik m’n vorige verslag schreef kwam ik terug op de camping de Nederlandse dame weer tegen, die heeft me heel aardig aan nieuwe voorraden afwasmiddel en zout geholpen; het is een beetje overdreven om met kilo’s van beide rond te fietsen als je er toch zo weinig van nodig hebt. En een grote fles of zak kopen en dan het meeste weggooien doe je ook niet. Hetzelfde geldt eigenlijk voor wc-papier: ik rij niet met vier rollen rond, ik leen gewoon af en toe een rolletje bij een benzinepompstation.
De dag erop reed ik naar Ephesus, en het werd langs Ephesus: ze deden niet aan studentenkorting, ik laat het ongezien achter als een reden om terug te komen. Verder dus, over een lange rechte en vlakke weg, het ging lekker en hard en om een uur of 15:00 vond ik een mooi plekje in een vijgen/limoen/granaatappel plantage. Daar viel ik in slaap en werd wakker met dreigend onweer: snel de tent op en erin. Vanuit de tent koken, en met gezellig regengeluid geslapen. Midden in de nacht werd ik wakker van stemmen om de tent. Vreemd genoeg vond ik het niet echt eng, toen er een zaklamp scheen stak ik m’n hoofd naar buiten: “Turkish yök, ben Hollanda”, toen was het goed. Maar waarschijnlijk nog steeds raar voor hen, en voor mij: wat deden ze daar in het donker? Ik viel weer in slaap en toen het licht werd bedacht ik me dat ze natuurlijk het water de goede kant op aan het leiden waren, zo vaak regent het er niet. Daar waren ze toen ook nog bezig, even kort gepraat: alles was prima, natuurlijk.
Door naar Pamukkale (letterlijk: katoenkasteel), daar zijn natuurlijke baden in kalkrotsen gesleten waarboven ruïnes gelegen zijn. Met de fiets en kleine auto’s kon je een stukje afsnijden, dat deed ik, en nu reed ik eindelijk eens over kleinere weggetjes (dat is best lastig in Turkije). Natuurlijk moest er direct een school uitlopen toen ik langskwam. Tientallen meerennende jongetjes en giechelende meisjes, erg grappig. Maar er moesten volwassenen aan te pas komen toen ik door wilde, ze wilden allemaal achterop mee. Ik kwam in Pamukkale aan in een ongelooflijk relaxed guesthouse met een tuin waar ik m’n tent op kon zetten, zwembad, gratis internet en boeken die ik kon lezen. Pas aan het eind van de volgende middag ben ik alles wat er te zien viel eens gaan bekijken:

En voor de verplichte foto’s ben ik tot zonsondergang gebleven:

Erg mooi, en eindelijk ook eens van de oude stenen kunnen genieten omdat de tourbussen op tijd weer moeten vertrekken, het was er bijna leeg. In Hierapolis staat een groot theater dat nog redelijk (of weer redelijk) intact is. Als je daar zit krijg je echt het idee dat er zo een optreden kan beginnen.
Toen was het tijd om weer verder te gaan. En ik kreeg het voor het eerst echt zwaar. Een zware steile klim, anderhalf uur lang in het lichtste verzet omhoog. Daarna reed ik op een hoogvlakte, waar ik ook een plek vond voor de tent. Dan denk je dus dat je de volgende dag naar beneden mag, maar nee. De dag begon weer met een klim. Nu geldt natuurlijk het gevleugelde gezegde: “een klimmetje in de morgen is een dag zonder zorgen”. En dat bleek, ik vond een mooie slaapplek, op een camping (die ook kinderboerderij was), aan een meer. Prima, maar toch door, naar Ölüdeniz. Dat ging redelijk snel, tot de laatste paar kilometer, toen kreeg ik weer een klimmetje voor m’n kiezen. Dat betekent dus een uur omhoog ploeteren en dan vijf minuten naar beneden. Letterlijk.
Wederom werd ik beloond met een ongelooflijk mooi plekje en een nog mooiere zonsondergang:
[De foto die hier stond is verloren gegaan.]
Ook op die plek ben ik twee nachten gebleven. Er was daar ook een Engelse dame, die kwam voor 3 weken en er intussen 3 maanden was, die gisteravond een feest gaf voor haar Engelse vrienden uit de buurt. De boel stroomde vol met bejaarde Engelsen die na een paar biertjes moesten dansen op Turkse muziek, bijzonder schouwspel vanaf het platform met mijn tent.
Vanochtend moest ik een stukje terug, weer die steile berg over. Maar ik denk dat ik er maar aan moet gaan wennen, want het ziet er niet naar uit dat het in de nabije toekomst nog erg vlak gaat worden voor mij. Nu ben ik in Kaş beland en heb voor de verandering mijn intrek genomen in een guesthouse. Ik heb dus een bed. Ook wel eens fijn! Weer volop Nederlanders om me heen, maar nu van het type “individuele reiziger”, leuk om weer te zien (ik moet aardig zijn, er lezen er twee mee), was al bijna bang dat dat niet bestond in Turkije.
Ohja, ik heb tot nu toe voornamelijk contact met Turkse mannen. En een enkele keer een vrouw in een grote stad, of als ze in een winkel of camping werkt. Maar “de normale Turkse vrouw” uit het dorp daar krijg je geeneens oogcontact mee. Het zwaaien en “Merhaba” (hallo) roepen gebeurt met kinderen en mannen. Nu was ik vanmiddag een bergje op aan het ploeteren, en daarbij maak ik weinig geluid. Een vrouw met haar huis aan de weg had me dan ook niet aan horen komen en liet een enorme scheet. Echt enorm. Ik moest grinniken, ze draaide zich om, zag mij en moest toen zelf ook hard lachen, leuk voor de verandering.
Groetjes,
Anne
Dit bericht komt uit het reisblog dat ik in 2007–2008 onderweg bijhield. De site is allang offline; de tekst is teruggehaald uit het Internet Archive.