M’n vorige verslag was misschien een beetje kort, zal het nu iets uitgebreider maken, zonder langdradig te worden, hoop ik.
Ik kreeg reacties van mensen dat “een biertje voor €60,-“ ze bekend voorkwam. De avond dat dat gebeurde lazen WF en ik al in de Lonely Planet (een reisgids) dat dit een veelvoorkomende scam is in Istanbul. Later kwam ik ook anderen tegen die veel meer betaald hadden voor een biertje, heb bedragen tot wel € 3000,- voorbij horen komen. Bizar. In Canakkale, waar ik m’n vorige verslag schreef, kon ik geen plek vinden voor een redelijke prijs. Heb dus boodschappen gedaan en ben doorgefietst. Vond een heel mooi plekje hoog boven het water, met uitzicht over de vernauwing die de Egeïsche Zee van de Marmarazee scheidt:

[De foto die hier stond is verloren gegaan.]

Ik zat daar fantastisch mooi te dineren, met o.a. zelfgemaakte pudding, onder een grote eikenboom, tot ik merkte dat ik op een mierenhoop zat en moest verhuizen om niet opgegeten te worden. Tien meter verderop was het prima. Volgende dag vroeg op, naar Troje! Onderweg werd ik ingehaald door Nederlandse motoren. De berijders kwam ik in Troje weer tegen. Ze bleken ingevlogen te zijn, naar Istanbul. Heb even met ze staan praten, en volgens mij geloven ze nu nog niet dat ik wel de hele weg gefietst heb. Troje is trouwens alleen bijzonder door de verhalen. Er is niet erg veel meer van over. En wat er over is, is niet erg duidelijk doordat er in 5000 jaar vele steden op elkaar gebouwd zijn. Het paard van Troje is er overigens nog:

Het paard van Troje

Die middag weer verder gereden, overwoog om naar een eiland te gaan. Maar in de haven kon ik de boot nog net zien vertrekken. Was blijkbaar niet de bedoeling dat ik daar heen ging. Ook prima. Heb eten ingeslagen en een mooi plekje aan de kust gevonden, op een duin, met strand een paar meter naar beneden. Intussen deed ik het wat rustiger aan, en schaam ik me niet voor 90km of zelfs 60km per dag. Het is lekker dat ik daardoor wat meer tijd heb om te lezen, te schrijven, routes te plannen en helemaal niets te doen. Dat doe ik dan ook uitgebreid. Vrijdag reed ik een stuk landinwaarts, heuvel op, heuvel af, in de brandende zon. Heerlijk zweten en mensen die eerst niet begrijpend naar me staan te staren en dan vriendelijk lachen en zwaaien. Ik kwam langs Alexandrië. Nog meer oude stenen, zonder omheining en zonder mensen. Toen ik weer aan de kust kwam was deze veranderd. Overal ressorts en appartementen. Lastig om een plekje te vinden, maar vond een prima plekje, tussen de ressorts aan het enige weiland dat nog over was. Kwamen ’s avonds herders langs, die het vreemd vonden mij daar te zien, maar was verder allemaal prima, natuurlijk. ’s Ochtends was het verder fietsen langs de verpeste kust. Maar wel fijn, want het was vlak en ik had de wind in m’n rug. Een toeterende auto kwam langs, op zich niets bijzonders: 1 op de 4 auto’s toetert naar me, maar deze stopte en het bleek Christian, de Duitse jongen waarmee ik een paar dagen ervoor had gegeten. Hij reed de andere kant op, vond Turkije te duur, en hij heeft eigenlijk gelijk ook. Ik geef hier meer uit dan in Duitsland! Ik wilde nog een stuk doorfietsen, maar vond een mooi plekje op een haast verlaten strand. Stond alleen veel wind. En de wind kwam uit de richting van de zon, dus uit de wind zitten en in de zon ging niet. Ach. Toen de zon onder ging verdween ook de wind en kon ik lekker slapen. Ik werd wakker met schapen om de tent:

Wakker worden met schapen om de tent

En de bijbehorende herder lachte vriendelijk, zoals ik inmiddels gewend ben. Wildkamperen lijkt hier geen probleem, of zelfs de normaalste zaak van de wereld. Het werd de dag van de 4000km:

De fietscomputer op 4000 kilometer

Die maakte ik op een weg langs een industrieterrein. De weg lag vol met grote brokken metaal, erg vreemd. De volgende ochtend zag ik arme mensen met paard en wagen dit metaal verzamelen, en grote vrachtwagens waar het af bleek te vallen. Dat verklaarde het, maar het blijft vreemd. Ik was erg vroeg opgestaan, en om 7:45 was ik al onderweg. Het loonde, want om 12 uur was ik Izmir, 2 miljoen inwoners, al ruimschoots voorbij en zat ik te lunchen. Ik wilde alleen maar naar de kust fietsen, maar het ging zo lekker dat ik nog maar 30km doorknalde en in Kusadasi belandde. Dat is een toeristisch oord aan de Middellandse Zee. Ik vond er een camping voor €3,50 inclusief zwembad en Nederlandse kampeerders. Even gebeld met m’n moeder, die was jarig, en wat rondgelopen langs de boulevard. Grote hordes Nederlanders, Belgen en Britten die van de cruiseschepen afkomen. Wat een mensen…

De afgelopen twee dagen ben ik druk bezig geweest met schoonmaken, repareren, e-mailen, zwemmen, bruin worden en dat soort dingen. Ik ben nu weer helemaal klaar om te vertrekken, en dat ga ik morgenochtend dan ook doen. Op dit moment twijfel ik nog of ik langs Ephesus zal gaan. Dat zijn nog meer oude stenen, maar deze schijnen bijzonder mooi te zijn… In ieder geval ga ik twee dagen landinwaarts, naar Pamukkale; omdat het daar mooi is, en omdat ik pas over twee weken in Alanya hoef te zijn en dus niet te hard die kant op moet rijden.

Er zijn nog wat foto’s te zien in het fotoboek, er is gewerkt aan een manier om foto’s op deze website te laten zien. (bedankt Wout!)