Anne’s reisverslag · India, Nepal & Tibet 2003–2004
De schaar in die krullen
Dag mensen,
[anne:] Het is zo'n twaalf dagen geleden dat ik m'n laatste verslag schreef, vlak na het behalen van mijn massage-certificaat, maar dit alles lijkt nu al zo lang geleden dat ik net moeite had om het me te herinneren. Na nog wat meer films en lekker eten in McLeod Ganj nam ik een nachtbus naar Delhi. Aangezien ik gewend was aan de hardcore-reiziger style nam ik een overheidsbus. Dat betekende dus 14 uur hobbelen op een te kleine stoel waar ik constant uitgleed en een hoop mensen die haast op m'n schoot zaten en me van m'n slaap beroofden.
Maar ik kwam in Delhi aan en vond een minuscuul kamertje met een hard bed; precies wat ik zocht aangezien Wout, m'n broertje, na een paar dagen zou komen en dus zo'n bed verdiende na een jaar langer verwennerij in een zacht Nederlands bed. Ik besteedde die dag aan het kopen van een vliegticket tussen Delhi en Bombay dat ik nodig had omdat Wout en ik op dezelfde dag en tijd naar huis vlogen maar niet vanaf dezelfde stad. 's Avonds eindigde ik met een Belgische jongen, Valentin 18, in een Italiaans/Thais restaurant met een dakterras. Ik zou hier de komende vijf avonden eten. Het dakterras had een geweldig uitzicht over de halve stad en alle vliegers die erboven vlogen. Ik had toen nog drie dagen over voor Wout zou komen en wilde in die tijd kado's en andere dingen kopen, ik begon maar de Ayurvedische massage olie. Deze olie heb ik uiteraard nodig om thuis wat bij te gaan klussen met massages. M'n leraar had me een adres van een ziekenhuis gegeven waar ze deze olie verkochten, ik probeerde een rickshaw zo ver te krijgen erheen te rijden maar dit bleek niet te lukken voor minder dan 200 rupees, en dat is een hoop geld hier. Ik leidde daar uit af dat het ziekenhuis ver weg zou zijn en nam dus maar een bus. En inderdaad; het ziekenhuis was 1,5 uur bussen uit het stadscentrum. Ik kocht m'n olietjes en reed weer terug, weer een dag minder. Nog twee dagen om te shoppen. En de volgende dag besteedde ik goed en in twee dagen kocht ik in totaal zo'n 14 kilo aan prullen die nu per post naar Nederland komen.
Op 3 juli vond ik een bus die me naar het vliegveld bracht waar ik een uur lang vol spanning mijn geliefde broertje op stond te wachten die het klaar speelde om als laatste van het vliegtuig door de gate te lopen. We namen maar een taxi omdat het door zijn actie behoorlijk laat was geworden en ik dus moe was. Dit was de eerste taxi die ik nam na m'n taxi van Bombay vliegveld op m'n eerste dag in India.
Het was erg leuk maar vooral erg vreemd om na zo'n lange tijd weer iemand te zien die ik ken en waaraan ik dus niet de klassieke vragen als "What do you do back home, what's waiting for you when you get back, etc etc.." kon stellen. En het was nog vreemder om weer full-time Nederlands te spreken. Ik merkte dat m'n gedachten in het begin nog steeds Engels waren en soms sprak ik onbewust wat Engelse woorden. Maar dit laatste sloeg snel om en ik denk dat ik nu weer Nederlands denk, hetgeen een ander probleem oplevert. Ik was namelijk gewend om zonder vertaalslag tegen reizigers en Indiërs in het Engels te praten. Nu maak ik dus soms de fout dat ik in het Nederlands tegen ze praat.
Wout en ik sliepen een nachtje op het harde bed en pakten de volgende ochtend vroeg onze tassen in om ze achter te laten in het hotel. We namen een ontbijtje en toen was het tijd om Wout's kapsel aan te passen aan het weer. De schaar in die krullen dus. Na wat gezeur met de kapper over de prijs doorkruisten we de halve oude stad op weg naar de Jama Masjid. De Jama Masjid is de grootste moskee in India (de Taj Mahal is geen moskee maar een monument). En hij is dan ook groot, volgens de bijbel (de Lonely Planet) passen er 25.000 mensen op de binnenplaats. Voor 10 rupees werd het ons toegestaan de 40 meter hoge, nauwe toren te beklimmen. Het uitzicht en de koele wind daarboven zijn fantastisch.

Hierna liepen we verder richting Lal Quila, het rode fort, waar we als buitenlanders een heftige toegangsprijs moesten betalen maar niet in de rij hoefden te staan. Het rode fort is een ontzettend groot complex met keizerlijke gebouwen en was ooit bedoeld om een Mughal keizer zijn regering te huisvesten. Het is nog steeds in een aardige staat en met wat fantasie is het mogelijk je voor te stellen hoe de marmeren en zandstenen gebouwen er vroeger uit hebben gezien.
In de brandende hitte liepen we vervolgens terug door Oud Delhi en door het 'echte India' waarna we een rickshaw namen richting New Delhi. En dit is een totaal andere wereld. Op bijna iedere hoek is een McDonald's te vinden, overal zijn banken en filialen van grote ketens. Wout's pinpas bleek gelukkig te werken en met genoeg geld voor waarschijnlijk de komende maand liepen we richting het Thaise restaurant waar ik eerder over sprak. We besteedden onze laatste paar uurtjes daar op het dakterras. 's Avonds douchten we nog even en stapten toen in een rickshaw, op naar het station. Daar hadden we anderhalf uur over die we volpraatten met een Tibetaan die we daar tegenkwamen.
Rond een uur of elf vertrok onze trein met ons slapend op de bovenste bedden richting Ahmedabad. Daar kwamen we de volgende avond aan en er bleek geen trein verder naar het zuiden te gaan. We namen dus maar een slaap-bus, de luxe versie dit keer. Deze bussen bestaan uit bedden in plaats van stoelen en je ligt met z'n tweeën in dat wat we in Nederland een eenpersoonsbed zouden noemen. Maar ik moet niet klagen want we kwamen redelijk uitgerust aan in Diu. Diu is een schiereiland in de Arabische zee. En is lange tijd gekolonialiseerd geweest door de Portugezen. Hierdoor zijn er nog heel wat kerken te zien. En ons guesthouse is in een van deze kerken. We hebben een kamertje bijna op het dak van de kerk waar een koele bries langs je oren strijkt. We huurden gelijk fietsen en reden het halve eiland over om een strand met gigantische golven te vinden. De zee is nu een beetje onrustig door de moeson en het water is dus niet blauw en het strand niet zo schoon. Maar desalniettemin vermaakten we ons met de huizenhoge golven die je alle kanten opsmijten en het water in en uit alle gaten van je lichaam spuit.

Ik ben gewend aan het niet-gebruiken van zonne-brand creme en door dat er wolken waren leek het ook niet echt nodig. Maar toen we terug kwamen in onze kerk bleek dat Wout een lichte zonnesteek had opgelopen. Na wat slapen, drinken, eten en nog meer slapen was dat weer over. Vandaag huurden we, lui als we zijn, een scooter en cruisden over het hele eiland. We namen nog een duik in dezelfde golven maar toen we ons uit wilden strekken op het strand begon het te gieten. We sprongen dus snel op de scooter en kregen uiteraard een lekke band. Gelukkig stonden we toen vlak naast een Schelpen Museum waar de aardige man, Captain, ons liet bellen naar de scooter verhuurder die binnen een paar minuten kwam en de band verving. Intussen had de man onze interesse voor schelpen gewekt en besteedden we een half uur aan het bewonderen van zijn verzameling die zijn levenswerk weerspiegelde.
Nog nadruipende van de regen reden we terug naar Diu Town waar we in dit internetcafé neerploften om dit gigantische mailtje te tikken. Ik ben nu klaar met m'n verslag maar vanaf nu zal Wout ook wat tikken aangezien de meesten die dit lezen hem ook kennen.
[wout:] Het verhaal zal ik niet verder uitbreiden, voor mij tellen vooral de vele indrukken deze eerste paar dagen. De verandering van land begint al als je uit het vliegtuig stapt en je een klamme wolk om je heen voelt slaan. De douane duurt een tijd voor je er door heen bent maar gelukkig stond er een bord dat ze bezig waren met het veranderen van de controles zodat in de toekomst niemand hier meer last van zou hebben. Dit gaf hoop. Ik was een van de eerste van mijn vliegtuig die uiteindelijk buiten was gekomen en tot mijn grote opluchting stond Anne er al. We namen een taxi waar de kermis voor mij begon. Het verkeer is chaotisch, maar werkt prima want als je kunt rijden kom je overal snel langs, of je nou links of rechtsom iemand inhaalt. We kwamen aan in onze straat waar het hotel was, vreemde onherkenbare geuren kwamen mijn neus binnen en in het kleinste steegje van India lag dan ons hotel. Nog een douche en ik kon eindelijk naar bed, uitrusten van de vliegreis en alle stress die het met zich mee had gebracht. De volgende dag voor het eerst sinds mijn baby zijn geen krullen meer op mijn hoofd, het voelt heerlijk! Het is een beetje onbeschrijvelijk om te ervaren hoe het is om door de straten van Delhi te lopen. Je ziet alleen maar mensen en ruikt constant geuren, de ene keer heerlijk en de andere keer verschrikkelijk. Delhi is een stad van contrasten, dat komt terug in alles, het ene moment loop je tussen bedelaars en koeien en het volgende moment zie je mensen een mac donalds binnen lopen en aan hun milkshake sabbelen. 's Avonds de trein in en heerlijk geslapen, de volgende dag de bus en in mijn leven nog nooit zo veel gereisd in zo'n korte tijd. Diu is een prachtig eiland, veel rustiger dan Delhi (uiteraard). Ik moet erg wennen aan de zon en smeer me nu tot vervelends toe in met zonnebrand creme om niet nogmaals hetzelfde te ondergaan.
Dit was mijn korte indruk van India tot nu toe en trouwens, voor degene die het allemaal graag wilde weten, Anne is een stuk minder zweverig geworden dan iedereen zal denken, het enige wat aan hem echt heel duidelijk is veranderd is dat zijn uitspraak van Nederlands heel Amerikaans is, erg komisch.
Nou dit was het dan
Groetjes
Anne en Wout
Dit verslag komt uit de reismails die ik in 2003–2004 onderweg vanuit internetcafés naar thuisblijvers stuurde, lang voor er een blog was; in 2026 teruggevonden in m’n e-mailarchief.