Anne’s reisverslag · India, Nepal & Tibet 2003–2004
Sinterklazen in de blauwe stad
Dag mensen,
[anne:] Daar zijn we weer. Het was gisteren precies tien maanden geleden dat ik in India landde, en vandaag heb ik dus nog zo'n 28 dagen te gaan voor ik weer terug kom, het aftellen begint, een raar idee! Ons laatste verslag tikten we in Diu, aan het strand. Het strand is nu ver weg! Na nog een paar dagen genieten van de gigantische golven en het goedkope bier verlieten we 's ochtends erg vroeg onze kamer in de kerk. Bij het ontbijt kwamen we erachter dat de aardige eigenaren ons de afgelopen dagen toast hadden verkocht waar ze 60 rupees, in plaats van de gebruikelijke 15 rupees, voor vroegen. Dat is uiteraard een beetje buiten proporties en ik besloot dus maar niet te betalen voor het ontbijt. We namen een overheidsbus, de eerste voor Wout, naar Ahmedabad. Dit was een hete, 12 urige reis. Vanuit daar namen we een nachttrein naar Udaipur waar we 's ochtends vroeg aankwamen. Na een hoop gehassel met rickshaws en touts in de straten vonden we een prima kamer met de ultieme douche: hij vulde de hele badkamer met een stortvloed van water. Udaipur is een stad in Radjastan en ligt aan een meer. Dit meer is nu grotendeels opgedroogd maar nog steeds is het uitzicht op het paleis, nu een hotel, dat in het midden staat behoorlijk romantisch.

Die middag na wat douchen, lezen en een ontbijtje, verkenden we het stadspaleis daar. Een ontzettend groot gebouw dat boven de hele stad uit torent met overal kleine en grotere binnenplaatsen, zwembaden, balkonnetjes etc etc. Het koste ons een paar uur om dat te verkennen. De rest van de dag besteedden we op het balkon in ons hotel aan lezen en genieten van het uitzicht. Na nog wat douchebeurten liepen we de volgende dag om dat wat over was van het meer heen en verdwaalden we in de stad. Dit vulde weer een dag en 's avonds keken we tijdens onze curry en pizza de James Bond film Octopussy, die daar deels is opgenomen. De dag erna had Wout de moed verzameld er alleen op uit te gaan, ik ging maar wat shoppen, kan immers niet met lege handen thuiskomen.
Die avond reisden we weer verder naar Jodhpur. Dit is een stad die ongeveer 8 uur bussen naar het westen ligt. In de bus ontmoetten we een Nederlandse jongen, Martin 20, die daar ook heen ging. Hij had een kamer gereserveerd en we eindigden met z'n drieën in die kamer. Dezelfde dag bestegen we het fort daar waar we gedwongen waren, als buitenlanders, om een audio-tour te nemen. We liepen dus als brave touristen rond met een koptelefoon en volgden de nummertjes. De audio-tour bleek eigenlijk best interessant. Vanaf het fort, dat 125 meter boven de stad ligt, heb je een prachtig uitzicht over Jodhpur; de blauwe stad. Van oorsprong schilderden Brahmanen, de hoogste caste, hun huizen blauw. De indigo verf die ze daarvoor gebruiken houdt de huizen koel en de muggen op een afstand. De meeste mensen in deze stad hebben dit gebruik vervolgens opgepakt.

We liepen hierna door de oude stad waar we als een soort sinterklazen ontvangen werden door de kinderen; handjes schudden, hallo zeggen, zwaaien. Het resulteerde in een hoop mooie foto's.

Na wat chai, de thee, en paan, blad met wat zoetigheid en betelnut erin, was het tijd om weer richting hotel te gaan. Het werd een late avond en de volgende dag werden we ondanks de verbouwing die gaande was laat wakker. In Delhi had ik een waterpijp gekocht en ik wilde daar graag wat van dat tabak-met-een-smaakje bij hebben. Ik had het in Delhi niet kunnen vinden en men zei dat het geen probleem moest zijn in Radjastan. Op zoek dus. Maar een uur of 4, tientallen winkeltjes, heel wat frustratie en een behoorlijk aantal kilometers later was ik nog niets verder gekomen en gaf dus maar op. We aten wat, en Wout en ik pakten onze tas om op de trein te springen richting Jaisalmer.
Daar zijn we een paar uurtjes geleden aangekomen. Jaisalmer is een stad die middenin in de Grote Tar Woestijn ligt. Het bestaat uit een ommuurde stad en een fort. We vonden een hotel in het fort dat zelf direct uit de middeleeuwen lijkt te komen. Vandaag kijken we hier wat rond, probeer ik nog een keer tabak te vinden en dan gaan we morgen zeer waarschijnlijk op een drie daagse Kamelen Safari. Hierna gaan we richting het noorden, naar Amritsar, tot daar!
[wout:] Het leven in India begint al te wennen, het wordt eigenlijk steeds leuker. De eerste week was ik nog erg gespannen en kon nog niet echt genieten van alles maar toen we in Udaipur aan waren gekomen kreeg ik even wat rust en werd het eigenlijk allemaal een stuk anders. De mensen en het land blijven af en toe een beetje vreemd maar dat heeft ook hele leuke kanten want ze lijken mij af en toe ook heel vreemd te vinden. Het leukste is de reactie dan als je uit een busraampje hangt of uit een trein raampje kijkt. Je rijdt dan door de kleinste gehuchtjes en als een iemand je ziet beginnen ze te praten en naar je te wijzen, vaak moeten ze dan lachen en willen ze weten waar je vandaan komt en hoe je heet. Dit was in het begin het leukst nu komen ze ook op momenten dat je geen zin hebt in een gesprek op je af. Kinderen zijn met dit nog leuker en het is dan ook vaak dat je je inderdaad sinterklaas voelt. Veel drinken blijft iereen noodzaak en dat is iets waar ik nog steeds niet aan gewend ben. In India is hygiëne niet erg hoog in het vaandel en ik ben hier dan ook wc's tegen gekomen die in het Guinness book of records qua smerigheid mogen. Morgen een kamelen tocht waar ik me erg op verheug. Tot over een weekje dan maar weer.
Groet,
Anne en Wout
Dit verslag komt uit de reismails die ik in 2003–2004 onderweg vanuit internetcafés naar thuisblijvers stuurde, lang voor er een blog was; in 2026 teruggevonden in m’n e-mailarchief.