Anne’s reisverslag · India, Nepal & Tibet 2003–2004
Een Indiase coupe
Dag mensen,
Goh wat ging deze week ontzettend snel! M'n vorige mailtje schreef ik in Palolem, vlak bij het strand. Ik ben daar nog tot vrijdag gebleven, in m'n paalhutje. De laatste paar avonden heb ik heel erg gezellig gegeten met mensen die ik al eerder, in Benaulim, tegen was gekomen en de Nederlanders die ik in Bombay en Anjuna al had gezien. In totaal ben ik 8 nachten in Palolem geweest, maar deze zijn echt omgevlogen zonder iets te doen. Perfect, de wallen onder mijn ogen zijn volledig verdwenen ;) Op drie oktober nam ik 's avonds om een uur of tien, terwijl het volledig donker was door een stroomstoring, de taxi naar het station. Ik deelde deze taxi met twee Engelsen die een maand lang niet geweten hebben dat je af kon dingen in India. Ze waren verbaasd dat ik uiteindelijk 50 rupees ipv de gevraagde 100 rupees moest betalen. Nog steeds duur overigens. Op het station bleek dat de mensen die naast me in een hut hadden geslapen dezelfde trein, en de sleeper onder mij hadden. Erg prettig, want dan kan je een beetje op elkaars spullen letten. De trein kwam een uur te laat. En ik heb nauwelijks geslapen omdat ik om 5 uur uit de trein moest en ik na m'n vorige ervaring met m'n wekker er niet meer op vertrouwde dat ik wakker zou worden. Uiteindelijk stapte ik uit op het goede station, Mangalore. Waar ik om 6 uur 's ochtends in hotel Roopa werd afgezet. Daar heb ik een paar uur proberen te slapen in de herrie van de stad. En ben toen maar de stad in gegaan om een busticket te kopen naar Mysore voor de volgende dag. Bij de bushalte kwam ik een man tegen die met mij heel graag over het geloof wilde praten, daar schreef hij boeken over. Ik liet me meenemen naar een of ander restaurantje waar we wat gegeten, dit keer niet op mijn kosten, en gepraat hebben. Toen ben ik naar de Sultans Battery gelopen, volgens de lonely planet de belangrijkste bezienswaardigheid. Het bleek niets voor te stellen wat wel iets zegt over de hele stad. Op m'n terugweg kwam ik tijgerdansers, een beschilderde wild dansende en trommelende groep mannen en jongetjes, tegen die heel graag op de foto wilden. Het leek me verstandig om in Mysore telefonisch een kamer te reserveren omdat het er wel eens druk kon zijn vanwege een festival. Dit is me niet gelukt, later bleek dat de telefoonnummers in Mysore allemaal veranderd waren. Hierna ben ik naar de kapper gegaan met het doel m'n hoofd te laten millimeteren (scheelt gel/luizen). Maar de man begreep me niet en maakte er een Indiase coupe van. Tegen de tijd dat ik weer honger had ging ik een restaurantje in waar niemand Engels bleek te praten en de menukaart in het Hindi was geschreven. Ik heb me maar wat eten aan laten praten. Dit bleek niet voldoende, maar ik gaf het maar op. Terug in m'n hotel kwam ik erachter dat er een restaurant onder m'n hotel was waar de menukaart Engels was. Toen ik klaar was met eten kwam er een groepje mannen aan m'n tafel zitten. Een van hen was de eigenaar van het hotel en restaurant, een was dokter en de directeur van een ziekenhuis en de andere leverancier van het ziekenhuis. Rijke mannen dus. Ze stonden erop dat ik nog wat vis probeerde en Indische whisky dronk. Het was erg gezellig, en de dokter heeft me 's avonds nog een half uur rondgereden door de stad en me z'n ziekenhuis laten zien. Na lekker geslapen te hebben, door de whisky, wist ik de receptionist ervan te overtuigen dat ik slechts 1 nacht in haar hotel had geslapen, hetgeen gedeeltelijk waar was. Na een ontbijt, omringd door een volledige familie die m'n piercing interessant vond, van gefrituurde bananen met kokossaus en chai (thee, met veel melk en suiker) ben ik naar het busstation gelopen. En na een paar uurtjes wachten kwam om 1300 m'n bus, die er 6 uur over zou doen maar er 8 uur over deed. (voor Suzanne: kostte slechts 3 euro). In de bus zat ik naast een vrouw die me wist te vertellen dat ik het festival in Mysore net gemist had, het was om 2000 uur afgelopen en ik kwam om 2100 aan. De bus ging door een gebergte waar door de regen grote stukken weg waren weggeslagen. Het gevolg was dat de bus ontzettend op een neer ging en de bagage letterlijk door de hele bus heen vloog en de sterkte van je onderrug getest werd. We kwamen in de regen aan in een geweldig mooi verlicht Mysore. Waar ik eigenwijs zelf een hotel probeerde te zoeken. Hetgeen niet lukte, ik verdwaalde in kleine, vieze, onverlichte, stinkende straatjes en heb maar een riksja naar m'n hotel genomen. Gelukkig hadden ze nog een goedkope kamer. Toen ik om 2200 een restaurantje zocht kwam ik daar 2 Nederlandse (arrogante) studentes tegen die ik al eerder in Palolem had gezien. Het bed waarop ik sliep was ontzettend hard, heb dus maar weer m'n eigen matras te voorschijn gehaald. De volgende ochtend, vanochtend, op tijd opgestaan vanwege de herrie. Na een, gelukkig weer enigszins westers, ontbijt ben ik de Fruitmarkt opgegaan. Echt ontzettend mooi. Toen ik naar een heuvel vlak bij de stad wilde vertelde een vriendelijke man me dat de tempel daar tot 1600 gesloten is. Hij raadde me aan om naar de bodyshop te gaan. Dat heb ik gedaan. Het bleek om hele kleine winkeltjes te gaan waar vrouwen met oliën wierook maakten die in de bodyshop (ook in Nederland) wordt verkocht. Ik heb allerlei oliën gekocht tegen allerlei kwalen. Zoals citroengras-olie tegen maagklachten. Gelukkig heb ik daar sinds kort helemaal geen last meer van! Vanmiddag, moet ga ik naar die heuvel waar ik gisteren heen wilde en morgen ga ik naar Mysore palace (is vandaag gesloten). Ik blijf nog een paar dagen in Mysore en omgeving en ga dan waarschijnlijk richting Ooty (een oud Hill station van de Britten). Pfff, dat was weer een redelijk lang mailtje...
De groeten,
Anne
Zie hier mijn route
Dit verslag komt uit de reismails die ik in 2003–2004 onderweg vanuit internetcafés naar thuisblijvers stuurde, lang voor er een blog was; in 2026 teruggevonden in m’n e-mailarchief.