Anne’s reisverslag · India, Nepal & Tibet 2003–2004
Een biertje op 5416 meter
Dag mensen,
Ik ben gisteren terug gekomen van de trekking rondom het Annapurna massief. En zit nu in een heet en vochtig Pokhara, in Nepal, ergens in een achterwijk en probeer me te herinneren wat ik de afgelopen 2,5 weken gedaan heb.
Na m'n vorige verslag op Holy, dat verf smijt feest, verstuurde ik 's avonds m'n derde cd met foto's, filmpjes en dit keer ook geluiden. Die geluiden heb ik opgenomen in Bodgaya, Varanasi en de Nepalese Himalaya. Als ik weer terug in India ben zal ik proberen goede opnamen te maken van de Chai Wallahs (thee verkopers) in de trein, waarschijnlijk het meest typische India geluid.
De volgende morgen rustig opgestaan, m'n tas gepakt en een rickshaw naar het busstation geregeld, ik had geen haast want men had mij daar vrijdag verteld dat er ieder uur tot 4 uur een bus zou vertrekken. Ik kwam even voor half negen aan en wilde een ticket kopen. En je raadt het al: dat ging niet, de enige bus die dag, de bus van half negen zat vol. Ik stapte dus maar zonder ticket op de bus want anders zou ik twee dagen moeten wachten aangezien de volgende dag een stakingsdag was. Gelukkig was het slechts 7 uur staand bussen. En op de bus ontmoette ik een Duitse man, Mathias, die dezelfde trek ging doen. In Besi Sahar namen we samen een kamer en gingen naar het bureau dat permits voor het Annapurna gebied uitgaf. Het bleek dat we dit eerder, in Kathmandu, hadden moeten doen want hier was het de dubbele prijs. Na een hoop discussieren liet de man ons zelfs een Lonely Planet (reisgids) zien als bewijs dat hij gelijk had. Daar hadden we ons natuurlijk bij neer te leggen. De volgende morgen voelde Mathias zich niet goed en besloot een drager te nemen voor de eerste dag. We vertrokken rond acht uur, en er bleken zo'n 20 anderen op dezelfde dag te lopen. Dat viel mij erg mee want ik had verhalen gehoord van 200 mensen die tegelijk op hetzelfde stuk lopen. We kwamen rond 14:00 aan in Bahun Danda en hadden daar een geweldig hotel met uitzicht over de vallei waarin we de volgende dag zouden lopen. Na een douche, kleren wassen, erg goed eten en kennismaken met de anderen gingen we erg vroeg naar bed. Om de volgende ochtend weer vroeg op te staan voor de tweede etappe naar Tal. Mathias ik en een Nederlands stel, Ello en Anouk, maakten er een lange dag van en waren de mensen die met ons begonnen waren een paar uur vooruit toen we stopten. De volgende dag was weer lang en aan het einde haalden we mensen in die een dag eerder vertrokken waren.
Op dat moment waren we boven de 2500 meter grens gekomen en dan moet je uitkijken dat je niet te snel, niet meer dan 400 meter per dag, stijgt. De dagen worden dan dus een stuk korter. En na 2 dagen van 3 uur lopen kwamen we aan in Manang op 3500 meter. Het wordt aangeraden om daar een acclimatisatiedag te nemen om aan de hoogte te wennen. Dit deden we met plezier want de bakkerijen in dit dorpje waren ongelooflijk goed! Ik heb in maanden niet zo goed en zoveel gegeten. Tijdens onze acclimatisatiedag gingen we 400 meter langs een rotswand omhoog, naar een soort klooster waar een Lama zat om z'n zegen te geven voor alle mensen die over de pas, het hoogste punt in onze trek, wilde gaan. Hij knoopte een koord om je nek en je kon je pasfoto daar achterlaten. En daarna verwachtte hij dat je hem 100 rupees gaf. Daarna weer naar beneden om gehoor te geven aan het advies: loop hoog slaap laag. 's Middags was er een uitleg over wat AMS, acute mountain sickness, is en hoe je het kan voorkomen of behandelen. Erg nuttig maar ook een beetje beangstigend.
Na weer twee dagen van drie uur kwamen we, we liepen inmiddels samen met het Nederlands stel, aan in Thorung Pedi op 4400 meter. Pedi betekent voet van de berg en dat was het ook. De volgende dag zouden we over de Thorung La (La betekent pas) op 5416 meter gaan. Ik had een lichte hoofdpijn maar die was gelukkig weg toen we om 5 uur 's ochtends wakker werden om over te gaan lopen zodra het licht werd. De 1000 meter omhoog naar de pas waren zwaar maar lang niet zo zwaar als iedereen je probeert te vertellen. Na 4 uur zaten we boven een biertje te drinken dat een andere groep meegenomen had. We bleven een uur boven en ongelooflijk genoeg had ik er nauwelijks last van. Op een beetje lichtigheid in m'n hoofd na voelde ik me prima. We waren op dat moment van 790 meter hoogte 4626 meter geklommen in een totaal van 9 dagen. Hierna was het bijna alleen nog maar naar beneden. En dat begon direct, we daalden 1600 meter vanaf de pas naar Muktinath. Een heilige plaats voor Hindu's en het zat er dan ook vol met Sadhu's die te voet van India waren gekomen. Na de beste warme douche in lange tijd vermaakten we ons een paar uur in de Bob Marley bar om te vieren dat we de pas levend over waren gekomen. De volgende dag liepen we naar Jomsom, een behoorlijk grote plaats die iets weg had van een spookstad door de alle wind en stof die er doorheen blies en de afwezigheid van mensen op straat. Hier hoorden we de eerste Maoisten roddels. Mensen die vanaf de andere kant kwamen hadden gehoord dat de Maoisten het vliegveld in Jomsom en de weg naar de pas bezet zouden hebben. Hier was niets van waar en ook de verhalen die we eerder hadden gehoord over de bezetting van Poonhill bleken niet waar te zijn.


Ik denk dat wat uitleg over de Maoisten hier op z'n plek is al weet ik zelf ook niet precies hoe het in elkaar steekt. Een paar jaar geleden waren de Maoisten een politieke partij. Maar toen de zoon van de vorige koning de hele familie inclusief de koning vermoordde en zelf ook omkwam, kwam de broer van de vorige koning aan de macht. En deze man is geen lieverdje. Hij was lid van de Hinduistische partij en verbood de communistische Maoisten. Dit accepteerden ze uiteraard en uit een soort van machteloosheid zetten ze een eigen leger op. Dit leger schijnt nu in totaal zo'n 5000 man sterk te zijn. Met dit leger plegen ze allerlei aanslagen om de overheid te dwarsbomen en ze leggen de economie plat door een staking uit te roepen waaraan iedereen gehoor geeft omdat ze anders de kans lopen om zelf doelwit te worden. Om te zorgen dat de maoisten niet iedereen tegen zich krijgen laten ze de toeristen over het algemeen met rust. Veel mensen zijn immers afhankelijk van toeristen. Het enige dat ze af en toe van toeristen willen is geld om hun wapens te kunnen bekostigen.
Goed, maar er gaan in de bergen dus heel wat wilde verhalen rond. En dit komt waarschijnlijk doordat alles via via bij de mensen terecht komt en omdat iedereen de verhalen opblaast. We besloten dus maar niets meer te geloven tot we het zelf zagen.
De volgende morgen in Jomsom vertrok ik alleen. Mathias, Ello en Anouk besloten wat rustiger aan te doen en een dag langer te nemen. Ik had iets meer haast omdat ik een paar dagen in Pokhara wilde doorbrengen voordat ik naar Tibet ging. Ik maakte een lange dag en haalde wat Australiers in waarmee ik in Ghasa overnachtte. De volgende ochtend vertrok ik vroeg want ik had het vooruitzicht van een Hot Spring in Tattopani (dat betekent heet water). Ik kwam vroeg aan en nadat ik de was had gedaan ging ik naar de Hot Spring: m'n eerste bad sinds ik uit Nederland vertrokken was. Tattopani heeft een bijna tropisch klimaat, de lucht is er vochtig en ruikt naar de sinaasappels die overal groeien. M'n guesthouse had een geweldig mooie tuin met een trap naar de rivier, waar de HotSpring was. Daar komt het hete water onder een steen omhoog en wordt in een basin geleid. Voor 10 rupees kan je hier gebruik van maken. Ik heb die middag ruim 5 uur daar rondgehangen en toen ik terugkwam bleek dat Mathias, Ello en Anouk ook aangekomen waren. We besloten om de volgende dag met z'n vieren daar een rustdag te nemen. De volgende dag besteedde ik aan het bezoeken van de HotSprings en aan het krijgen van informatie over Beni. Beni zou mijn volgende en laatste stop zijn. Maar er werd gezegd dat de Maoisten in die buurt zaten en dat er een staking zou zijn. Ik besloot dus maar om met Mathias mee te gaan die over Ghorapani zou lopen. Dat was 1800 meter extra omhoog en duurde een dag langer maar we zouden dichterbij Pokhara komen en zouden het eventueel zelfs kunnen lopen. Ello en Anouk gingen naar Beni. Onderweg omhoog kwamen we mensen tegen die ons vertelde dat er een groot gevecht tussen het koninklijke leger en de Maoisten aan de gang was in Beni. We gingen maar door in de hoop dat iemand Ello en Anouk tegen zou houden voor ze er middenin zouden belanden. Na een dag omhoog zwoegen kwamen we aan tussen de Japanners. Het bleek dat we middenin een drie dagen trek waren beland. Ook hier hoorden we weer Mao-verhalen. Er zouden er 500 omgekomen zijn in Beni en er zou een brug opgeblazen zijn op de weg die wij wilden nemen. We hadden zelf nog steeds geen Maoisten gezien en begonnen ons af te vragen of ze eigenlijk wel bestonden. De volgende ochtend stonden we weer eens vroeg op om met zonsopgang op Poonhill te staan. We hadden geluk: het was een heldere zonsopgang. Het was een geweldig gezicht om de zon eerst de Dhaulagiri, dan de Annapurna I, dan Annapurna South en vervolgens de lagere pieken te zien beschijnen. Maar daar bovenop die heuvel zagen we de eerste Maoisten. Er waren er 5 met 1 geweer. En ze lieten ons met rust. Ze vroegen ons slechts om aan niemand door te geven dat ze daar waren.

Vanaf die heuvel was het 2200 meter naar beneden, naar Naya Pul, vanwaar we de bus zouden nemen. Vlak voor Naya Pul kwamen we een waterval tegen en namen nog even snel een duik in het water om afscheid te nemen van de bergen. In Naya Pul bleken er gelukkig bussen te rijden en de opgeblazen brug bleek nog redelijk in tact te zijn, er was wel duidelijk een bom ontploft. En overal waren bomen omgekapt om de weg te versperren.
Mathias en ik kwamen rond 6 uur in Pokhara aan en hij nam een kamer in een duur Hotel, hij was immers slechts 4 weken weg, en ik een kamer in een budget hotel. Tijdens het eten las ik in de krant dat er inderdaad een behoorlijk gevecht was geweest in Beni. En Ello en Anouk die eigenlijk een dag eerder terug zouden moeten zijn dan wij en waarmee we afgesproken hadden in een bar kwamen niet opdagen. En ik hoorde van Wout dat het gevecht ook in Nederland in de krant had gestaan. Serieuze zaak dus. Gelukkig verlaat ik over 5 dagen dit land. Over 5 dagen ga ik naar Tibet. Vanmiddag heb ik me maar eens laten scheren, dat werd tijd na vier weken en na een lekker hoofdmassage voelde ik me goed genoeg om dit verslag te tikken.
Ik hoop dat ik volgende week maandag, in Tibet, een internet cafe kan vinden om m'n routine weer op te pakken. Anders zou het wel eens tot 2 maart kunnen duren voor ik m'n volgende verslag stuur.
Groetjes,
Anne
Dit verslag komt uit de reismails die ik in 2003–2004 onderweg vanuit internetcafés naar thuisblijvers stuurde, lang voor er een blog was; in 2026 teruggevonden in m’n e-mailarchief.