Anne’s reisverslag · India, Nepal & Tibet 2003–2004
Yak-boterthee in de verboden stad
Dag mensen,
Ik ben nu in de verboden stad, Lhasa in Tibet! Het was weer een lange week met een hoop gereis en nieuwe indrukken.
Gelukkig kwamen Ello en Anouk heelhuids aan in Pokhara, Nepal, de avond na m'n vorige mail. Het leger had hen tegengehouden vlak voordat ze het vuurgevecht in Beni terecht kwamen. Ze waren uiteindelijk via dezelfde weg gekomen als Mathias en ik gedaan hadden. De volgende morgen wilde ik Mathias een cd met foto's brengen maar toen ik vlakbij zijn hotel kwam bleek de weg afgezet. Er zou een bom vlak voor het hek liggen. Ik geloofde het niet maar toen ik wegliep hoorde ik hem ontploffen: het had iets weg van een rotje. En op de plek van de ontploffing was niets te zien. De volgende avond was de laatste avond dat ik Mathias, Ello en Anouk zou zien. Anouk bleek ziek maar ik had een gezellige avond met Mathias en Ello en hierdoor een erg korte nacht want de volgende ochtend moest ik vroeg op om m'n bus naar Kathmandu te halen. Deze bus was overigens de enige kans om de afgelopen 3 en de 2 komende dagen naar Kathmandu te komen. De dag hiervoor had ik de reisorganisatie die me naar Tibet zou brengen gebeld en er scheen iets mis te zijn met m'n visa. In Kathmandu haalde ik dus snel m'n spullen op die ik achtergelaten had en zocht een goedkoop hotel. Hierna rende ik naar het reisbureau waar iemand klaar stond om met m'n paspoort naar de Chinese ambassade te rennen. Dit moest nu gebeuren want binnen een uur sloot deze en de volgende morgen vroeg zou ik naar Tibet vertrekken. Ik wisselde wat geld voor Chinese Yuan's en dollars om weer een Nepalees visa te kunnen kopen op de terug weg.
Terug in het reisbureau bleek alles gelukkig goed gegaan te zijn en werd me verteld dat ik de volgende ochtend om 6 uur bij de bus moest zijn. Samen met een Duitse jongen met wie ik uit Pokhara was gekomen (ben z'n naam kwijt) ging ik nog even goed uit eten in het Israelische restaurant OR2K want ik verwachtte dat het eten in Tibet niet zo fantastisch zou zijn.
Ik liet weer wat spullen achter in m'n guesthouse en liep na een alweer veel te korte nacht naar de bus. Er bleken 17 mensen in de bus te stappen.
Rond 13:00 kwamen we aan op de grens in het plaatsje Zhangmu en na een lunch, het invullen van 3 formulieren en het opnemen van onze lichaamstemperatuur ivm SARS waren we in China, in Tibet. Vanaf daar gingen we per landcruiser verder naar het Chinese deel van Zhangmu. Een stadje vol met witte, vierkante, communistische gebouwen. Ik zat, en zou de volgende 5 dagen zitten, in een jeep met 2 Zwitserse meisjes, een Duits koppel en een Japanner die geen Engels sprak.
Onze 'basic accomodation' was niet zo basic als ik gedacht had en gewend was. We hadden gewoon een tv op onze kamer! Maar twee Engelsen met wie ik de kamer deelden hadden heel wat te klagen.
De Chinese tijd is 2:15 uur vooruit op de Nepalese tijd en is 6 uur vooruit op de Nederlandse. Maar in Tibet is het totaal niet logisch om een andere tijd dan Nepal te nemen. Het ligt immers ten noorden van Nepal. Hierdoor wordt het rond 8 uur 's ochtends licht en gaat de zon rond 9 uur 's avonds onder.
Het voelde dus aan alsof het midden op de dag was toen we rond 5 uur in Zhangmu op een groepje Tibetanen stuitten die zich kapot zaten te drinken in een begraafplaats. We werden met drukke handgebaren uitgenodigd om een glas Budweiser of rijstebier te komen drinken. Dit konden we uiteraard niet weigeren. En de mensen bleken zo dronken en zo vriendelijk dat het ons minstens het drinken van 6 glazen kostte voor we weg konden komen.
Op de terug weg doken we in een Tibetaans restaurant. Voor het eerst een Tibetaans menu voor ons. Ik ging veilig voor Tsuhkpa, noodle soep, en nam een kleine pot Yak boter thee. Yak boter thee is gemaakt van water, melk, zout, wat thee en een hoop Yak-boter (een yak is een soort langharige bergkoe), en het heeft meer iets weg van soep dan van thee. De eerste slok was erg vies maar aangezien ik koffie, bier en wijn eerst ook niet lekker vond en nu wel bleef ik proberen.
De volgende dag was 8 uur rijden. En na 2 uur gingen we over een pas die 5200 meter hoog was. Met veel hoofdpijn, kleine ogen en een paar misselijke mensen reden we de Tibetaanse hooglanden in. Dit landschap is adembenemend! Overal 6 en 7 duizend meter bergen om ons heen en vlak voor lunch zelfs de Mount Everest in de verte!

We sliepen die nacht in Lhatse, in een Tibetaans restaurant waar een Indiaas meisje werkte die het nodig vond om me meer dan 6 liter thee in te schenken. Goed tegen hoogte ziekte volgens haar. Het gevolg was uiteraard dat ik 's nachts zeker 4 keer op moest staan om in de kou naar een Tibetaans wc te gaan. En deze wc's zijn ook wel een paar woorden waard. In Tibet is een wc een gat in de grond en er zijn er een aantal naast elkaar zonder tussenschotten. Je zit dus gezellig op je hurken met je buurman te praten terwijl je je behoeften doet.
De volgende dag vroeg naar Shigatse. We vertrokken in het donker en kwamen rond 13:00 aan. Ik deed m'n stoffige was die na het drogen aan de lijn weer net zo stoffig was en hierna gingen we met de groep naar een klooster.
Ik trok inmiddels een beetje op met een Engelse jongen: Joe (22) en een Amerikaanse familie: John (63), Heidi (50) en Heather (16), gezellige mensen die helaas in een andere jeep zaten.
Het klooster was het Tashilumpu Klooster. Ooit de zetel van de Panchen Lama: in politiek direct na de Dalai Lama maar in religie op dezelfde hoogte. Een erg groot klooster complex, erg indrukwekkend. En men stond me toe om vlak voor de stoel van de Lama te mediteren.
De volgende morgen mochten we wat uitslapen, het was slechts 2 uur rijden naar Gyantse. Daar bezocht ik met Joe en de Amerikanen een oud Fort waar tegen de Engelsen gevochten is. Vanaf de top hadden we een geweldig uitzicht over de stad en verfoeiden nogmaals de Chinese bouwstijl die dit uitzicht grotendeels verpestte. Beneden werden we uitgenodigd in een huis dat in aanbouw was en namen daar deel in een budistische ceremonie.

Op de terugweg naar ons hotel vonden we een winkel waar ze de hoeden verkochten die veel Tibetanen dragen. Ze lijken op de Engelse-gentlemen hoeden. Joe, Heather en ik kochten er ieder een en lopen hier nu mee rond.
Vanochtend stonden we weer vroeg op om rond 4 uur hier in Lhasa aan te komen! Voor de mensen die het niet weten: Lhasa is de hoofdstad van Tibet en de voormalige zetel van de Dalai Lama, ooit de verboden stad omdat geen enkele buitenlander toegelaten werd. Nu is ook deze stad ontzettend verchineest, maar ik hoop dat er nog iets over is van het oude Lhasa. We zijn met z'n vijfen naar een goedkoop hotel gegaan dat erg luxe bleek te zijn. Het was lang geleden dat ik zulke goede douches heb gezien! Hierna ben ik direct op zoek gegaan naar internet. Dit was gelukkig niet zo moeilijk te vinden en het is ontzettend snel!
Ik blijf nu een paar dagen in en rond deze stad en ga dan proberen terug te liften: er is geen openbaar vervoer.
Ik weet dat het weer een lang verhaal is, sorry, maar ik heb geprobeerd om het kort te houden er is namelijk nog zoveel meer te vertellen! Ik weet niet of ik het al gezegd had, maar Wout, m'n broertje, komt op 3 juli naar me toe in India!
Ik ga Momo's eten!
Groetjes,
Anne
Dit verslag komt uit de reismails die ik in 2003–2004 onderweg vanuit internetcafés naar thuisblijvers stuurde, lang voor er een blog was; in 2026 teruggevonden in m’n e-mailarchief.