Anne’s reisverslag · India, Nepal & Tibet 2003–2004
Tashi delek! Dat kostte me 150 foto's
Dag mensen,
Ik denk dat ik in m'n vorige verslag niet duidelijk genoeg was over de enorme impact die de Chinezen op Tibet hebben. Wat over is van de oude cultuur staat ingeklemd tussen de enorme registratie gebouwen van de Chinese overheid en gigantische warenhuizen of wordt onder de voet gelopen door een overduidelijke meerderheid door trendy geklede onderdrukkers. Hier in Lhasa is de hoofd winkelstraat langer, breder en even luxe als de Champs Elysee in Parijs en is er frustrerend weinig ruimte gereserveerd voor het Oude Lhasa uit de film “7 years in Tibet”. Om een foto van de Potala te maken moet je halsbrekende toeren uithalen om te voorkomen dat de Chinese uithangborden, boulevards of dure autos er niet ook op komen te staan. En langs de Barkhor Kora, een pelgrimsroute en het enige stukje oud Lhasa, staan Chinese verkopers Budhistische relikwieën te verkopen. Lhasa is de meest moderne stad die ik sinds m'n vertrek uit Adam heb gezien. Hier rondlopend realiseer je je dat het te laat is voor een “Free Tibet”. De Chinezen zijn overal zover binnengedrongen, in mijn ogen is een weg terug zo goed als onmogelijk. Dit is een harde waarheid en het drukt een zware stempel op mijn gemoedstoestand. Ik ben blij dat ik hier gekomen ben, om redenen die ik verderop vertel, maar in tegenstelling tot India en Nepal is dit geen land om terug te komen. Dit is een behoorlijke teleurstelling want gedurende het afgelopen half jaar keek ik steeds uit naar “Tibet” als het hoogtepunt van m'n reis.
Naast deze diepe frustraties over de verwoesting van een prachtige cultuur zijn er wat kleinere ergernissen over de Chinese bureaucratie. Zo hebben ze bijvoorbeeld heftige toegangsprijzen op alle kloosters en andere bezienswaardigheden geplakt en is het in theorie onmogelijk om individueel te reizen (dwz zonder reisorganisatie). Of dat laatste in de praktijk ook waar is ga ik morgen testen.
De laatste paar dagen heb ik me in en rond Lhasa beziggehouden. Ik dacht dat de Potala het hoogtepunt van m'n Tibet-trip zou zijn maar niets was minder waar. Dat wat eens gonsde van politiek en religieuze bedrijvigheid is nu een groot dood museum waarin alles achter glas geconserveerd en slecht gerestaureerd wordt. De monniken die toezicht houden is het verboden om hun pij te dragen en het geld dat door de internationale gemeenschap beschikbaar werd gesteld voor restauratie is besteed aan een belachelijk camera beveiligings systeem. En om alles compleet te maken lopen er Chinese agenten zeer luidruchtig te lachen in hun walkie-talkies. Na drie dure en vooral bedroevende uren had ik het eigenlijk gehad met Tibet. Maar aan het einde van de volgende, sneeuwende, dag kwam John, de Amerikaanse vader, me vertellen dat hij een geweldige dag had gehad in Ganden monastery, 40 km van Lhasa.
Die avond dronk ik met Joe wat waterig Lhasa Beer om onze laatste avond samen te vieren. Hij zou de volgende dag een 50 urige busreis naar China maken met de Amerikaanse familie.
De volgende morgen ging de wekker om 5:30 af, het voelde door de rare zons-op en ondergangstijden aan alsof het 3 uur 's nachts was. Maar ik stond op want om 6:30 vertrok de bus naar Ganden. Daar kwam ik rond 8:00 aan. En ik volgde in de kou de pilgrims, met wie ik in de bus had gezeten, op een kora (pilgrims ronde, gebruikelijk om een temple complex of heilige berg). De kora lag vol met prostrerende Tibetaanse budhisten. Prostreren is het uitgestrekt op de grond liggen, opstaan, naar de plek lopen waar het hoofd eerst lag en daar weer gaan liggen. Op deze manier gaan honderden pilgrims de kora af die gewoon lopend al 45 minuten duurt. En om het nog indrukwekkender te maken gaat het pad vaak steil omhoog of naar beneden over rotsen en sneeuw. Ik heb in Ganden geen enkele toerist gezien en waarschijnlijk was dit de reden dat letterlijk iedereen naar me lachte en “tashi delek” (lett: “goede toekomst gewenst” maar vaak gebruikt als: “hallo”). Dit kostte me op deze dag zo'n 150 foto's!


Na de kora kwam ik op een soort binnenplaats waar voorbereidingen werden getroffen voor een puja. Helaas sprak niemand Engels en weet ik dus niet wat er gebeurde maar het was er niet minder indrukwekkend door. Ruim 300 liter gesmolten Yak-boter werd gebruikt om allerlei offergaven te verbranden. Dit gebeurde via de handen van drie Lama's (nee, geen spugende dieren maar leraren) en onder begeleiding van chants van gekostumeerde monniken. Ruim 2 uur lang was men hier mee bezig onder het toeziend oog van honderden Tibetanen.

Ronddwalen door het complex kwam ik in een ruimte terecht waar de Sanskrit teksten werden gedrukt. Dit ging met de hand en in een razend tempo. De jonge jongetjes die de lege vellen aanreikten zongen religieuze liederen die ik opgenomen heb.
Na 6 fantastische uren die m'n hele tocht naar Tibet de moeite waard maakten was het tijd om weer terug naar Lhasa te gaan.
Vanochtend had ik het plan opgevat om naar het Drepung klooster te gaan, maar dit ging niet door omdat ik geen bus kon vinden die me zou brengen, helaas. Maar ik heb de dag goed besteed aan het kopen van een Budha beeldje, een gebedswiel, een meditatie gong en een ander religieus voorwerp waarvan ik de functie en naam niet ken.
Ik heb besloten dat ik morgen aan m'n reis terug naar Nepal ga beginnen. En de eerste etappe is Lhasa-Shigatse per mini-bus. Het is me verteld dat de PSB (public security bureau) daar om een onbekende reden ATP's (alien travel permits) uitgeeft aan individuele reizigers. Deze heb ik in theorie nodig om verder dan Shigatse te reizen. En al hebben anderen het zonder gedaan, ik ga liever voor safe want de boete varieert van 10 tot 500 euro.
Als alles goed gaat komt m'n volgende verslag waarschijnlijk uit Kathmandu en anders is er een kans dat ik terug ben gestuurd naar Lhasa om alsnog met een georganiseerde reis hetzelfde te ondernemen.
Groetjes,
Anne
Dit verslag komt uit de reismails die ik in 2003–2004 onderweg vanuit internetcafés naar thuisblijvers stuurde, lang voor er een blog was; in 2026 teruggevonden in m’n e-mailarchief.