Dag mensen,

Ik ben weer in warmere streken; terug in Nepal. En dat voelt goed en vertrouwd want Nepal lijkt toch wel behoorlijk op India bij nader inzien en in vergelijking met Tibet. Vorige week vertrok ik uit Lhasa per bus naar Shigatse zonder dat ik zeker wist of dat toegestaan was en ik daar een ATP (Alien travel permit) kon krijgen.

We zaten slechts een keer vast in diepe wielsporen, maar verder ging het voorspoedig, 12 uur later stond ik in Shigatse, het was 20:00 uur en in principe was het bureau waar ik m'n Permit zou moeten aanvragen al 2 uur gesloten. Ik ging toch maar even langs en klopte op de deur. Deze ging open en de beambte werd gebeld. Hij kwam op de motor en 5 minuten later liep ik 50 Yuan armer en een permit rijker naar buiten.

Ik sliep in hetzelfde Hotel als op de heenweg en de volgende morgen vroeg probeerde ik een bus naar Sakya te vinden. Dit viel niet mee aangezien niemand Engels sprak, de buschauffeurs Chinees waren en ik alleen een Tibetaans woordenboekje had. Maar op het laatste nippertje, toen ik het al bijna opgegeven had besloot ik nog een laatste bus aan te houden, en je raadt het al, deze zou mij naar Sakya brengen voor slechts 30 yuan.

Na een half uur stopte de bus, problemen met de motor, en dat in the middle of nowhere. Een uur later was er nog steeds niets veranderd aan onze situatie maar toen kwam er gelukkig een soort 2 wiel tractor langs met een aanhanger, na wat gepraat verdween deze in de verte maar kwam een uur later terug met wat handige mannen die de bus binnen een paar minuten weer aan de praat kregen. Om een uur of 14:00 kwamen we aan en checkte ik in in een gloednieuw hotel dat ontzettend naar verf stonk, dit gegeven werd de basis voor een zeer geslaagde afding poging. In Sakya staat een oud klooster dat rond 1300 het centrum van de Tibetaanse regering was. Het is nog steeds een groot klooster dat iets weg heeft van een fort met torens op iedere hoek van een vierkante muur. Het viel een beetje tegen omdat veel kamers gesloten waren, maar de jonge monniken die daar les kregen maakten het zeker de moeite waard!

De grijze fortachtige muren van het klooster van Sakya, met een berg op de achtergrond
Het klooster van Sakya

Laat in de middag klom ik naar de noordelijke ruines en zat daar lekker uit de wind in de avondzon op een van de stupa's toen een Tibetaanse familie met vrienden ver beneden me in de gaten kregen. Met wat geschreeuw en handgebaren werd ik overgehaald om naar hen toe te komen. Daar aangekomen bleek dat ze aan het genieten waren van de Tibetaanse drank Zhang. Dit is een wittig drankje met zo'n 3% alcohol en een fruitige smaak. Het komt in ranzige jerry-cans van 20 liter, en dat voor zo'n 5 yuan (ongeveer 50 cent). Niemand sprak Engels maar met hulp van mijn Tibetaanse woordenboekje en wat zhang hadden we zeer geanimeerde gesprekken. En toen de zhang op was werd met handgebaren duidelijk gemaakt dat men meer wilde en dat er van mij verwacht werd dat ik dat zou bekostigen. Ik gaf een van de kinderen, die overigens stevig meedronken, 5 yuan en hij sprintte weg om de jerry-can te vullen. Ik kreeg steeds meer moeite om beleefd de vele glaasjes die me aangeboden werden binnen de perken te houden; iedereen wilde met me toosten en een soort drinkspelletje met me spelen dat gepaard ging met een lied en erop neerkwam dat je je glas sneller leeg moest hebben dan de ander. Op een gegeven moment kreeg een van de opa's het in z'n hoofd dat ik wel een goede partij zou zijn voor een van zijn dochters die kinderen had en 10 jaar ouder was maar blijkbaar geen man had. Met zeer vulgaire handgebaren werd mij duidelijk gemaakt dat ik met haar het bed in moest duiken. En dit niet 1 keer maar zeker 30 keer tot iedereen aanwezig het gezien had. Een enigszins beschamende situatie die ik maar met een lach opvatte, maar die lach werd uiteraard verkeerd geinterpreteerd. En het grootste probleem was dat er volgens mijn woordenboekje geen woord voor 'nee' bestaat in het Tibetaans. Ik kwam er tenslotte onderuit door te zeggen dat ik getrouwd was.

Toen het donker werd liep ik enigszins licht in m'n hoofd terug naar m'n stinkende hotelkamer. Gelukkig kon ik de volgende dag uitslapen want de bus terug naar Shigatse die ik een stukje zou nemen vertrok pas om 11:00.

Na 25 km, op een kruising, stapte ik uit de bus; vanaf hier zou ik waarschijnlijk moeten liften. Helaas stond er politie op de kruising te controleren en dit maakte het liften niet gemakkelijker want in principe is het alleen reisorganisaties toegestaan om toeristen te vervoeren. Vier uur lang stopte er dan ook niemand, maar toen de agenten verdwenen stopte de eerste de beste 2 wielige tractor met aanhanger en schommelde ik 30 kilometer naar Lhatse. Ook daar checkte ik weer in in hetzelfde hotel. Daar kwam ik een Zwitsers meisje tegen dat 5000 euro had betaald voor haar 26 daagse reis, dat is anderhalf keer zoveel als ik voor mijn 11 maanden kwijt ben. En een van haar gidsen bleek de volgende dag in mijn richting terug naar Nepal te vertrekken. Na wat praten bleek dat hij wel een plekje op een jeep rechtstreeks naar de grens kon regelen. Het was iets meer geld dan ik in gedachten had, namelijk 30 euro, maar ik had genoeg van Tibet dus ik stemde maar toe. We bleken in een jeep te zitten met een Japanese dame die ernstige AMS (acute mountain sickness) klachten had. We reden langs het ziekenhuis en namen een zuurstofzak voor haar mee. Ze kon niet normaal meer denken en wilde naar Everest basecamp gaan (5600 meter). Het kostte me ontzettend veel moeite om haar duidelijk te maken dat ze in levensgevaar was en dat we zo snel mogelijk naar beneden moesten gaan. Toen dit gelukt was gaf de bestuurder gas en stoven we, over 2 hoge passen waar ze absoluut zuurstof nodig had, naar beneden, naar het grensplaatsje Zhangmu. We kwamen te laat om de grens over te steken en namen een hotel aan de Chinese kant. En toen begonnen de verhalen over stakingen in Nepal en gesloten grensovergangen. Mensen begonnen plannen te maken om de volgende morgen vroeg naar Lhasa te rijden en vanaf daar naar Kathmandu te vliegen. Ik geloofde de roddels niet zo en stak de volgende morgen zonder problemen de grens over, samen met de 2 Zwitserse meisjes die bij mij in de jeep zaten op de heenweg. In Nepal kreeg ik zonder enige reden een gratis Visa en werd me verteld dat het onmogelijk was om naar Kathmandu te gaan tenzij ik $150 neerlegde voor een helicoptervlucht. Toen vond een van de Zwitserse meisjes een bus naar een klein dorpje halverwege de grens en Kathmandu. We reden op het dak van deze bus, in het zonnetje en de verkoelende wind naar dit plaatsje. Hier kwamen we andere reizigers tegen die hier al een paar dagen vastzaten. Er waren geen bussen/taxi's/helicopters/vliegtuigen naar Kathmandu omdat de maoisten 1 van de districten er tussenin bezet hadden. Ik ging dus maar op zoek naar een fiets, het was tenslotte slechts zo'n 100 km en maoisten en leger laten toeristen met rust. Ik vond een fiets die ik kon kopen en sprak af dat de fietsenmaker hem zou repareren voor de volgende dag en dat ik hem kon kopen voor 1700 rupees (iets minder dan 20 euro). De volgende dag bleek de fiets niet gerepareerd. Verder was de prijs omhoog gegaan naar 2000 rupees en zou de reparatie nog eens 500 rupees kosten. Ik gaf op en besloot net als de rest van de mensen te wachten. We brachten onze tijd door met zwemmen en ik leerde een soort van jongleren met ballen-aan-touwtjes. De derde dag besteedde ik aan het uitleggen aan kleermakers hoe ze die ballen-aan-touwtjes moesten namaken en aan het einde van de dag had ik m'n eigen ballen-aan-touwtjes. De volgende dag, vanochtend, vertrok er een bus naar Kathmandu, en het dak zat vol met buitenlanders. Na een gezellige rit op het dak kwam ik vanmiddag hier aan en wisselde ik m'n geld, ruilde ik gelezen boeken voor nieuwe boeken, brandde ik m'n foto's op een cd, gaf ik m'n warme kleren weg aan een bedelaar en reorganiseerde ik m'n tas. Straks ga ik lekker uit eten, morgen naar Kopan klooster en dan waarschijnlijk naar Lumbini, de geboorteplaats van Budha, en dan naar India, naar Varanasi.

Groet uit een warm Kathmandu,
Anne