Dag mensen,

Het duurde even, maar hier is m'n nieuwe verslag! Er is een hoop gebeurd sinds m'n laatste verslag. Die verstuurde ik op m'n eerste dag in Kathmandu. Ik had toen nog weinig van Nepal gezien, maar nu kan ik wat meer een vergelijking met India geven. Er zijn hier nauwelijks bedelaars, veel minder mensen die je op straat aanspreken, de meeste mensen spreken goed Engels en veel zonder dat grappige Indiase accent, er wordt hier veel naar westerse muziek geluisterd, bijna alles wat in het westen verkrijgbaar is is hier ook te koop, Nepali hebben wat meer gevoel van eigenwaarde dan Indiërs en de rupee is hier 1,6 keer zo weinig waard als in India.

Na m'n laatste verslag stuurde ik Rachel een mailtje om haar te vertellen dat ik 'in town' was en een paar minuten later had ze me gevonden. We sloegen wat brood, vis, groenten en bier in en samen met Sharna en Nufar picknickten we op het dak van haar hotel. De volgende dag gingen we naar Monkey tempel. Halverwege kwamen we een hond tegen die zware haaruitval had door een bacterie onder z'n huid. Aangezien Rachel al vaker dieren gered heeft (hond in Sikkim, parkiet in Sarnath die overigens na 3 dagen uit z'n kooi vloog) kon ze dit niet zomaar laten sterven. Op de terug weg van Monkey tempel kwamen we een dierenarts tegen en we kochten wat injectienaalden, medicijnen, zeep en een halsband. Gelukkig vonden we de hond weer en gaven hem een injectie. We noemden hem Sherpa, naar de mensen die de Himalaya bevolken, en namen hem mee naar Rachel's hotel. De eigenaar vond het goed dat we hem daar hielden en na een wasbeurt zat er een kale Sherpa te bibberen in de binnenplaats te wachten op z'n tweede injectie een week later. Helaas kwamen er een paar dagen later andere dierenvrienden langs die het zielig vonden dat een hond vastgebonden zat ze lieten hem los, weg was Sherpa.

De volgende dag ging ik naar het postkantoor, en ja hoor, daar lag een pakketje met mijn naam! En in dat pakketje bevond zich speculaas en een valentijnskaart! Geweldig!

Ik moest wachten op m'n Indiase visa die op vrijdag kwam en zaterdag was er een staking. Zondag was dus de eerste dag dat ik weg kon uit Kathmandu. Er zijn hier regelmatig stakingen. Er wordt opgeroepen tot staken door de maoisten. Een gewelddadige groepering die zegt communistisch te zijn en winkels en bussen opblazen als ze geen gehoor geven aan de stakingsoproep. Deze zelfde groepering vraagt op bepaalde treks in de Himalaya geld van toeristen om meer wapens te kunnen kopen.

In de tussenliggende dagen hadden we goed eten, kocht ik kleren voor de treks die ik wilde gaan maken, ging ik naar Boudha (de belangrijkste Budhist plaats in Nepal), naar Pishupatinath (de belangrijkste Hindu plek in Nepal), regelde ik m'n reis naar Tibet en haalde ik m'n visa op. Ik heb nu toestemming om tot 27 augustus in India te verblijven!

Nufar, Sharna en ik hadden het plan opgevat om een korte trek gezamenlijk te maken. Twee andere Israeliers sloten zich bij ons aan: Liron (26) en Sagi (28). Zondag ochtend vroeg, na een nacht die de dames besteedden aan het beslissen wat wel en niet mee moest, vertrokken we per bus naar Dunche. Het zou 6 uur moeten duren, maar door alle checkposten en gaten in de weg duurde het bijna 10 uur. Deze 10 uur vloog ik achterin de bus tussen de bank, die we met z'n zessen gebruikten, en het plafond. We kwamen gebroken aan maar in Dunche wachtte de beste warme douche die ik tot nu toe gehad heb! In de Parken in Nepal betaal je niet voor de overnachtingen, dit wordt geregeld met het toegangsgeld. Je betaalt alleen voor het eten. Het gevolg is natuurlijk dat het eten veel te duur is en voor je ergens naar binnen gaat moet je dus afdingen op het eten.

De volgende ochtend vertrokken we rond 8 uur, lopend. En zo gauw als de weg begon te klimmen begon Liron te klagen. Gelukkig had ik minimale bagage mee en kon ik dus haar rugzak op m'n buik dragen. Het was slechts 5 uur lopen maar we kwamen laat aan. Het dorpje waar we aankwamen was het ideale bergdorpje. Een Tibetaans festival om de geboorte van een eerste zoon in een familie te vieren, was volop bezig. Alle mensen hadden verweerde gezichten met een lach die je in het westen nooit ziet, deze mensen lachen met hun hele lichaam en je kan niets anders dan terug lachen! We speelden met de kinderen tot het donker werd. Binnen werd het vuur aangestoken en we hadden een goede maaltijd rondom het vuur. Een van de aangetrouwde dochters bleek vloeiend Engels te spreken en uit haar zelf begon ze haar hele levensverhaal te vertellen. Erg indrukwekkend om uit de eerste hand te horen hoe het leven van een bergmeisje is. Toen we klaar waren met eten werden we uitgenodigd om naar de Tibetaanse Budhist Tempel te komen. Een maandelijks ritueel om geluk voor het dorp te vragen was aan de gang. We kregen ere plaatsen die eigenlijk bedoeld waren voor lama's (leraren). We deelden in het eten en deden mee in het ritueel (het branden van kaarsen, prostraties en een meditatie). Het voelde heel bijzonder om even deel te zijn van deze gemeenschap!

's Ochtends weer vroeg op en gelijk klimmen. Deze dag gingen we meer dan 1000 meter omhoog naar 3350 meter! Liron klaagde al na een stap en ik droeg haar tas tot aan de lunch, hierna was de weg vlak.

Ik had lichte hoofdpijn van de hoogte toen we aankwamen maar na een extra liter water en een hoop knoflook was het te doen. Nufar kreeg last van haar schouder en we pakten wat spullen uit haar tas over op de anderen. De volgende ochtend na een goed ontbijt (ze hebben geweldig eten in de bergen) weer vroeg op weg, naar ons eindpunt op 4310 meter hoogte. We kwamen na een zware dag vlak voor het donker aan. Iedereen had hoofdpijn van de hoogte en een aantal anderen gaven over en moesten terug. Het uitzicht daar was fantastisch. We waren omringd met de hoogste bergen ter wereld en samen met het licht van de ondergaande zon en de bijna volle maan had het iets magisch. We sliepen in een lodge naast het Gosain Kund (bevroren meer), en zoals de naam al zegt: het was er koud! Gelukkig hadden ze ook hier een warm haardvuur in het restaurant. En wat opwarmen, dhalbat (de Nepali variant op thali) en verse knoflook gingen we naar hoofdpijn bed. De wind bleek dwars door onze kamers te waaien. En na een bijna slapeloze nacht en nog steeds hoofdpijn gingen Liron en ik alleen naar beneden. Nufar, Sharna en Sagi besloten daar te blijven voor een paar dagen omdat Nufar niet wilde reizen op Shabat (Joodse heilige dag). Ik wilde ook wel blijven maar moest terug omdat ik m'n reis naar Tibet gepland had en daarvoor nog de trek rond de Annapurna wilde doen.

Ik nam uit voorzorg de helft van Liron's bagage in mijn rugzak en liep in een ruk 2500 meter naar beneden, naar Dunche. De volgende morgen namen we de bus naar Kathmandu. Weer zou deze er 6 uur over doen en weer duurde het ruim 10 uur. Onderweg kwamen we een hoop kinderen tegen die aan het oefenen waren voor Holy, de volgende dag. Holy is het Hindu festival waarbij iedereen water en poederverf op iedereen smijt. De kinderen langs de weg gooiden waterbommen door de open ramen naar binnen.

Die avond, gisteravond, kreeg ik een groot Israelisch diner in een van de goede restaurants hier van Liron als dank voor het dragen van haar tas.

Vanochtend werd ik laat wakker van een hoop herrie op straat: Holy! Na een ontbijt in m'n hotel waagde ik me op straat. Het duurde ongeveer 10 seconden voor de eerste waterbom me raakte en nog 2 seconden later had ik 20 Nepali's om me heen die m'n witte overhemd blauw, rood, oranje, geel en paars maakten. Ik kocht zelf ook wat verf en deed mee. Ruim drie uur lang deed ik m'n best om zoveel mogelijk mensen een geel smiley op hun rug te zetten. Het is een geweldig festival en bijna iedereen doet mee. Vanaf de daken worden grote bakken met gekleurd water over de mensen op straat gegooid en alle taxis die langskomen worden opengerukt en van binnen geverfd. Iedereen, zelfs de taxichauffeurs, lijkt het leuk te vinden!

Ik was volledig gekleurd en heb net een douche genomen. Het kostte me ruim een uur om alle verf van m'n lichaam te schrapen en een nog een uur om m'n kleren te wassen.

Morgen ochtend neem ik de bus naar Besi Sahar vanwaar ik de Annapurna trek ga lopen. Deze duurt op z'n minst 16 dagen, en als ik terug kom ga ik op de 28e naar Tibet!

Ik heb honger gekregen en ga me dus maar weer eens op straat wagen om een restaurant te zoeken.

Tot over 2,5 week!

Groetjes,
Anne