Dag mensen,

[anne:] Na twee lange weken zijn we weer in staat een mailtje te tikken. In Amritsar, daar waar de gouden tempel staat, gingen we de laatste dag met Leigh (ik noemde hem in m'n laatste mailtje Lee) en nog drie mensen naar de India-Pakistan grensovergang bij Wagah. Hier wordt dagelijks een grote show opgevoerd bij het sluiten van de grens en het neerhalen van de vlaggen aan weerszijden. Er is heel wat spanning tussen India en Pakistan, met name in Kashmir, maar hier was het allemaal meer show en iedereen maakte er een leuk dagje uit van met popcorn vlaggetjes en gezang.

Een grenswacht met waaiervormige hoofdtooi marcheert bij de grensceremonie van Wagah
De show bij de grens van Wagah

Diezelfde avond pakten Wout Leigh en ik de trein naar Jammu Tawi, de winter-hoofdstad van de staat Jammu-Kashmir. Daar kwamen we 's ochtends vroeg aan en werden welkom geheten door soldaten die schietklaar op iedere straathoek en dak stonden. We namen een minuscuul en overvol busje naar de busstand en moesten het laatste stuk lopen omdat een brug uit veiligheidsoverwegingen gesloten was. We wilden zo snel mogelijk wegkomen en boekten de eerste semi-deluxe bus naar Srinagar. Deze bus bleek alleen van de buitenkant iets van deluxe te hebben en de binnenkant was een stuk minder dan semi. We hadden een ontzettend zware, 12-urige busrit waarbij onze benen in de knoop zaten en onze schouders niet naast elkaar pasten. Helemaal kapot van deze reis kwamen we na heel wat checkposts aan in Srinagar waar we welkom werden geheten door een legertje touts en rickshaw drivers die buitengewoon opdringerig waren. Ik was buitengewoon moe en dus buitengewoon onbeleefd, hetgeen geen plezierige conversatie opleverde. Srinagar is de zomer-hoofdstad van Jammu-Kashmir, omdat het een stuk koeler is. Het ligt op 1500 meter hoogte tussen de heuvels en heeft een aantal meren om zich heen. Toen de Engelsen hier verbleven werd het hun verboden om land te kopen om huizen te bouwen. Het gevolg was dat de Engelsen woonboten lieten bouwen en op het meer gingen wonen. Deze woonboten zijn er nog steeds. We belden de eigenaar van een van deze boten, werden halfslachtig gecontroleerd door twee sullige militairen en namen een rickshaw naar de afgesproken plek. Daar stond hij ons te wachten en een paar seconden later zaten we in een shikara (een Venetië boot met kussens en een tentdak). Na al het gedoe met de bus en de touts was de rust op het water overweldigend en met een grote lach op ons gezicht voeren we in schemering door een paradijs op het water. Er zijn daar overal lichtjes, boten, drijvende winkels gezang en hier achter werd het stil en kwamen we in drijvende lotus tuinen.

Lotusbladeren op het spiegelgladde meer bij Srinagar in de avondzon
De lotustuinen op het meer bij Srinagar

Na een minuut of 20 bereikten we onze woonboot. Een 3 kamer boot. Wout en ik kregen een tweepersoonskamer met eigen badkamer, Leigh had een kamer voor zichzelf. We hadden een gezamenlijke zitkamer en een soort van overdekt balkon. Buiten ons was er niemand op de boot. We draaiden onze eigen muziek op de stereo installatie en aten een heerlijke maaltijd.

De volgende dag gingen we naar wal om haren te laten knippen, te scheren en een busticket voor 5 dagen later naar Kargil te kopen. Terug op de boot bleken 2 Israëlische meiden, Rinat en een moeilijke naam, aangekomen te zijn. De volgende 4 dagen vermaakten we ons met relaxen, relaxen, relaxen, zwemmen, kaarten en relaxen en de hobly-bobly.

De ochtend van de 29e vertrokken Wout en ik naar Kargil, de meest noordelijke stad in India. Dit keer hadden we een meer comfortabele bus en na ruim 12 uur en 4 militaire controles kwamen we daar aan. We deelden een kamer met drie Israëliërs en stonden de volgende ochtend om 3:30 op om de bus naar Lamayuru te pakken. Daar kregen we een kamer met uitzicht op de tempel, ontzettend mooi.

Het klooster van Lamayuru op de rotsen boven het dorp
Het uitzicht vanuit onze kamer in Lamayuru

We wilden graag een 5 dagen trek door de Himalaya maken en liepen wat rond door het dorpje totdat iemand vanaf een dak schreeuwend vroeg of we wilden trekken. We gingen erop af en een uurtje later was onze trekking met pony's, tent en eten geregeld. We bezochten het klooster in Lamayuru en aten het beste Indische eten dat we ooit gehad hebben. De volgende ochtend verscheen onze trekkinggids met ezels in plaats van pony's en zonder tent. Na wat gepraat en wat extra geld kwam de tent erbij en konden we vertrekken. De eerste dag liepen we van 3400 m over een 3750 m pas naar Wanlah op 3200 m. Een rustig dagje van drie uur. In Wanlah aangekomen kwamen we er achter dat mijn gasbrander het niet deed zoals het hoorde. Onze gids vertelde ons vervolgens ruim honderd keer dat dat een probleem was. Gelukkig vonden we de volgende morgen in een minuscuul dorpje een winkeltje dat branders verkocht. Voor 7 euro hadden we een nieuwe. Na weer een rustig dagje kwamen we aan in Hinju waar we uitgenodigd werden op boterthee en zhang in een Ladakhi huis. We speelden wat met de kinderen en gingen vervolgens terug naar de tent waar onze gids met een onuitspreekbare naam verse noodle-soep voor ons maakte. De volgende ochtend kregen we thee op bed en aten we vers brood met boter en jam. Vervolgens liepen we vanaf 3700 m over een 4950 m pas naar 4600 m waar we zouden slapen. De weg omhoog naar deze pas was ontzettend zwaar en ging frustrerend langzaam omdat we constant buiten adem waren door de ijle lucht. Elke vijf stappen heb je daar loden benen en moet je stoppen om de zuurstof weer richting je benen te laten gaan. Wout en ik kregen beide hoofdpijn in het kamp en namen een Diamox, een pilletje dat gebruikt wordt om hoogte ziekte te bestrijden. Het leek bij ons allebei te helpen maar bij mij kwam de hoofdpijn al snel en heftig terug. Ik nam nog een pil en begon me een behoorlijk zorgen te maken, AMS (acute mountain sickness) is namelijk een mysterieuze en erg gevaarlijke ziekte. Ik zat plannen te maken om zo snel mogelijk naar lagergelegen gebieden te gaan mocht het erger worden. Gelukkig bleek dit alles niet nodig en trok de hoofdpijn weg.

We deelden die avond onze maaltijd met twee Israëliërs die totaal onvoorbereid zonder tent, brander, gids en eten achter ons aan hobbelden. De vierde dag was ontzettend lang en onnoemelijk veel zwaarder dan we gedacht hadden. Hij eindigde in regen net boven 4000 m. De tocht was wel onbeschrijflijk mooi met paarse bergen, groene dalen, riviertjes en ravijnen. En eenmaal in onze tent met stinkende schoenen en sokken waren we eigenlijk best tevreden. Na een laatste koude nacht in de bergen was het Wout's verjaardag! Snel omhoog naar 4970 m, waar Wout z'n kadootje in de vorm van een adembenemend uitzicht over Ladakh, Nubra, Zankar en Stok kreeg; het dak van de wereld.

Eindeloze kale bergketens van Ladakh, gezien vanaf de pas op 4970 meter
Het verjaardagskado

We renden 1800 m naar beneden om op tijd te zijn om een bus van Alchi naar Leh te kunnen pakken om naar huis te kunnen bellen. Dit lukte en na een hele lange, vermoeiende dag liepen we rond in Leh op zoek naar een welverdiende kamer met eigen warme douche. Toen we de hoop hierop helemaal opgegeven hadden vonden we de ultieme kamer met een erg aardige eigenaresse. We namen rond 21:00 een douche en gingen uit eten; naar de Italiaan om Wout's verjaardag nog eens echt te vieren met bier. Om 24:00 lagen we na 18 lange uren in bed, een echt bed!

Gisteren hebben we behalve wassen, email checken en eten met Ruth, een meisje dat ik Daramsala ontmoet had, helemaal niet gedaan.

Vandaag hobbelen we misschien nog wat rond in Leh en gaan we waarschijnlijk mediteren.

Acht augustus gaan we per jeep naar Manali waar we een dag of twee blijven voor we per nachtbus naar Delhi gaan om daar nog dezelfde dag uit te vliegen naar Nederland waar we op vrijdag 13 augustus aankomen. Wout vliegt vanaf Delhi en komt om 6:00 aan terwijl ik vanuit Bombay vlieg en om 6:45 aankom. Tot dan!

[Wout:] De laatste twee weken is er ontzettend veel gebeurd, zoveel dingen gezien en ik heb nu veel verschillende kanten van India mee kunnen maken. Het enige land waar contrasten zo groot kunnen zijn is dit land. Het ene moment denk je waar ben ik nu weer beland en een tiental minuten later besef je opeens dat je in paradijs bent aangekomen. Dat was zowel in Srinagar waar we opeens op het water tot rust konden komen als op mijn verjaardag dat we geen hotel konden vinden en opeens een prachtkamer hadden. Je waardeert zo'n plek dan nog meer. Het is ook het land waar je kan ontdekken hoe heerlijk sommige dingen thuis eigenlijk zijn maar ook het tegenovergestelde dat je door hebt dat sommige dingen in Nederland best anders kunnen. Mensen hier zijn vaak echt gelukkig. Ik heb niet echt veel toe te voegen aan het verhaal en ik denk dat het inmiddels al lang genoeg is. Het is jammer weer naar huis te gaan en ook weer heerlijk om naar uit te kijken, erg vreemd. Tot over een week!

Groetjes,
Anne en Wout