Dag mensen,

Ik ben er weer voor gaan zitten. En begin maar weer bij het begin van deze week. Nadat ik vorige week in Mammalapuram m'n mailtje had getikt en terug liep naar m'n kamer stormde er direct een Indiër op me af die me vroeg wat, niet of, ik vanavond wilde eten in het restaurant dat bij het hotel hoorde. Ik was een beetje moe van de lange treinreis en stemde maar in dat ik om 7 uur wilde eten. Die middag wat rondgelopen en een paar uit 1 rots gehakte tempels gezien; behoorlijk indrukwekkend. Een jongen bleef me rondleiden, ook nadat ik hem had verteld dat ik hem helemaal niets ging betalen. Hij vertelde dat hij het deed om Engels te leren. Maar uiteraard moest ik na de rondleiding mee naar zijn 'shop'. Daar werden al zijn beeldhouwerkjes uitgestald die allemaal duurder waren dan wat ik op een dag uit probeerde te geven. Het kostte erg veel moeite om weg te komen. Weer terug in m'n hotel kwam Nils naar beneden, ik had hem een week niet gezien en hij had toevallig net ingecheckt in hetzelfde hotel. Hij had m'n naam zien staan en kwam me opzoeken. Toch leuk om hem weer te zien, vooral omdat ik wist dat ik dit keer niet aan hem vastzat. Ik ging naar Hampi, hij was daar al geweest. Hij had een afspraak om ergens te gaan eten, of ik mee wilde. Ik kon niet, ik had al eten besteld. Om 18:30, terwijl ik aan het douchen was, werd er op m'n deur geklopt dat m'n eten klaar was. In het restaurant bleek alleen m'n kip klaar te zijn. M'n pepsi kwam een kwartier later en nog een half uur later kwam de nan (brood dat je bij de kip hoort te eten). De nan was niet gaar en dus na nog een kwartier had ik eindelijk m'n eten. Je ergert je rot, maar dat helpt niets. Indiërs blijken namelijk geen Engels te verstaan als ze iets fout doen. Of ze weigeren te zien dat er iets mis gaat. Toen verscheen er een pastor aan m'n tafel die me uitnodigde om de volgende dag naar het weeshuis te komen dat hij leidde. Na wat praten beloofde ik hem daarheen te gaan. Nils kwam me halen en we zijn een biertje gaan drinken. De volgende dag kwam ik bij m'n ontbijt een Indische jongen tegen die goed Engels bleek te spreken en zich verveelde. Hij wilde graag met me mee als ik naar het strand ging. Daar heeft hij uren gepraat over de vele westerse vriendinnen die hij had, hij scheen niet te merken dat hij de enige was die praatte. Ik ben dus maar niet ingegaan op zijn uitnodiging om die avond en de avond daarop ergens wat te gaan drinken. Na een hele dag op het strand ben ik naar het weeshuis gegaan. Toen ik daar aankwam werd ik met grote blijdschap besprongen door 53 kinderen die allemaal m'n naam persoonlijk wilden vragen en verwachtten dat ik die van hun ook onthield. M'n horloge was geweldig volgens hun. Na een rondleiding door het weeshuis, niet groter dan een gezinswoning in Nederland, heb ik wat met die kinderen gespeeld. En daarna wilden ze voor me zingen. Ze bleken ook een Nederlands liedje te kennen: 'Heb de zon zien zakken in de zee'. Na drie erg vermakelijke uren kreeg ik de uitnodiging om aan het eind van m'n reis daar terug te komen en een tijdje daar te zijn om de kinderen les te geven. Misschien dat ik dat wel doe (kreeg net ook een aanbod om in Nepal vrijwilligerswerk te doen). Die avond met Nils, een Frans meisje en een Franse man gaan eten. Het was gezellig en we spraken af voor het ontbijt. Die afspraak miste ik doordat ik me versliep. Na wat rondlopen tussen de tempels kwam ik Nils weer tegen en hebben we samen een filmset bekeken. Er werd daar een Tamil (de taal van de staat, Tamil Nadu, waarin ik nu ben) film opgenomen en als we nog een paar dagen wachtten konden we meespelen. Dat hebben we maar gelaten. De volgende dag ben ik rond 12:00 met de bus naar Pondicherry gegaan. Dat is naar het zuiden, niet echt logisch aangezien ik weer naar het noorden reis.. Maar dit kwam beter uit met de treintijden. Pondicherry is tot 50 jaar geleden in Franse handen geweest. En is nog steeds niet helemaal onderdeel van het staatssysteem. Er is daar zoiets als een eigen staat, zonder belastingen, de politie heeft een Frans uniform. En de stad is schoon. Ik at wat in een Franse bakkerij, het zag er schoon uit en ik dronk het water dat me ingeschonken werd. Dat had ik niet moeten doen. De volgende dag werd ik wakker met extreme last van de blijf-in-de-buurt-van-de-wc-ziekte. Deze sloeg ongeveer om het uur toe, genoeg om je druk om te maken. Ik had lichte koorts. Toch maar even de straat op, je moet tenslotte drinken. En ik had honger. Het enige wat ik vertrouwde waren biscuitjes. Het bed was ontzettend hard en als je de kamer in kwam duurde het steeds een half uur tot je aan de stank van een of ander heftig schoonmaakmiddel gewend was. Al met al genoeg om er een minder leuke dag van te maken. Maar gelukkig werd ik de volgende dag wakker en had ik nergens meer last van. Behalve dan van pijn in mijn rug door dat harde bed. Dit gedoe had Pondicherry verpest en ik wilde daar weg. Ik checkte tegelijk uit met een Franse jongen, en deelde een Rickshaw met hem naar de bushalte. Hij ging de andere kant op, naar Mammalapuram waar ik al geweest was, ik ging naar Kanchipuram. Na een 4 uur durende hobbelrit langs minuscule dorpjes kwam ik aan in de tempel-stad Kanchipuram. Toen ik de vorige keer zei dat Kanyakumari een van de heiligste plekken in India was had ik het mis. Er zijn er 7 en daar hoort Kanyakumari niet bij, maar Kanchipuram wel. Het is de 6e van 7 heilige plekken. Hier is namelijk een belangrijke bruiloft gevierd onder een mango boom die 3500 jaar oud schijnt te zijn. Deze boom staat in een tempel. Na vier tempels te hebben gezien vertrok ik de volgende dag per bus naar Chennai, ook wel Madras genoemd. Dat is de hoofdstad van Tamil Nadu en de 4e grootste stad van India, er wonen 6 miljoen mensen. In de buurt van de hotels kwam ik de Franse jongen uit Pondicherry weer tegen. Hij heet Antony. Hij had een verband om z'n hoofd. Hij bleek van een rots te zijn gevallen. We zochten samen een hotel en hebben wat gegeten. Toen ging hij weer naar het ziekenhuis en ik naar de haven om te informeren hoe ik naar de Andeman Islands kon komen. Die eilanden liggen 1000 km uit de kust van India en het is 3 dagen varen. Ik wilde informeren of ik daar kon komen vanuit Kolkata. Het bureau was dicht, het was zondag. Om 20:00 had ik afgesproken om te eten met Antony. En we zijn maar wat gaan dolen door de stad tot we een buffet tegenkwamen voor 110 rupees. Het bleek erg goed eten en erg leuk omdat je zo een hoop uit kon proberen. Vanochtend werd ik wakker, ging douchen, kwam terug en zag een grote stroom mieren omhoog klimmen naar m'n bed. Ik tilde m'n kussen op en het was zwart van de mieren onder m'n kussen. Ik kan niet echt schatten hoeveel het er waren maar het moeten duizenden mieren zijn geweest. Ik riep een man die een uniform droeg en in het hotel leek te werken. Hij kwam de mieren van m'n bed kloppen. Ik zei dat dat niet echt zou helpen. Na een tijdje was hij dat met me eens en kwam terug met een melkachtige vloeistof die hij tegen de muren en over de vloer gooide. Het hielp een beetje, hij liep weg en kwam niet terug. Ik ben maar naar de manager gegaan en die werd boos op de man die me geholpen had. Er ging een team van mieren verwijderaars naar m'n kamer die goed werk leverden en ik kreeg nieuw beddegoed. Na een heet ontbijt ging ik weer op weg naar de haven. Het bureau was open en er werd me verteld dat ze geen schema hadden voor de boten. Ik werd naar een ander bureau gestuurd. Die gaven me een nummer. Dat kon ik aan de overkant bellen om erachter te komen dat het een fout nummer was. Na tientallen keren heen en weer lopen en tientallen telefoonnummers wist ik nog steeds niets. Toch maar weer terug naar het eerste bureau. Die wisten me opeens te vertellen dat er elke vrijdag een boot vertrok naar de Andeman Islands, voor de schappelijke prijs van 1300 rupees (26 euro voor 3 dagen varen). Misschien dat ik hier volgende week vrijdag weer terug kom om die boot te pakken.

Na een lange wandeling terug, belandde ik in dit internet cafe. Vanavond ga ik weer eten met Antony en morgen gaan we Finding Nemo (das een film) bekijken. De dag daarop ga ik naar Hampi.

Ik ga er weer vandoor.

Groetjes,
Anne

Klik hier voor mijn route