Archiefnoot: dit verslag bevat woordgebruik zoals ik het in 2003, als negentienjarige, opschreef.

Dag mensen,

Ja, ik leef nog! En heb net ruim drie onvergetelijke weken achter de rug! Ik bevind me op de Andaman & Nicobar eilanden groep. Dat zijn ruim 500 vulkanische eilanden op 1000 km uit de kust van India, en eigenlijk dichter bij Thailand. De eilanden zijn nog niet echt ontdekt door toeristen en worden hierom wel 'het Thailand van 30 jaar geleden' genoemd. Op een aantal van deze eilanden wonen nog steeds tribes (inboorlingen) zonder enig contact met de 'onze samenleving'. Deze inboorlingen zijn negers, wat vreemd is want zo dicht bij Afrika zitten we hier niet. Maar er gaan verhalen rond dat het negroïde ras oorspronkelijk hier vandaan komt.1 Ik weet hier niet genoeg van, en weet dus niet wat waar is, maar het is in ieder geval een fascinerend idee dat op een tiental kilometer hier vandaan mensen wonen die nog nooit van metaal, elektriciteit en noem maar op hebben gehoord. Wat moeten ze wel niet denken van al die Indische slippers (blauw met een wit bandje, goedkoop, slechte kwaliteit) die aanspoelen op de stranden? Anyway, dat was om een idee te geven van waar ik me nu bevind.

Na m'n vorige mailtje ben ik nog even verder gaan winkelen en heb een geweldige hangmat gevonden, klaar dus voor de kleinere eilanden. De volgende ochtend om 6 uur de boot. Erg vroeg, maar dat went snel, het dagritme is hier anders. Ik reisde met een groep mensen met hetzelfde plan: 3 Israëliërs, 2 Finnen, 1 Fransman. Erg gezellig, veel discussies en lol. Op Havelock Island gingen we naar hetzelfde guesthouse. En wat voor een guesthouse! Wauw! Dit is het paradijs! We sliepen in een klein hutje (met een geweldig nieuw matras dat lang genoeg was) en hadden ons privé strand met plek voor de hangmatten, uiteraard met het inmiddels bekende uitzicht van de blauwe zee, witte strand, palmbomen, etc. We vermaakten onszelf met eten, lezen, praten, zwemmen, slapen. Ik hoorde van alle kanten dat Elephant Beach het mooiste strand op het eiland zou zijn, ik op weg dus. Ergens halverwege een weg moest je hiervoor de jungle in. Na wat informeren naar de juiste plek huurde ik een fiets (50 rupees voor 24 uur) en ging op weg. Toen ik zeker wist dat ik de juiste plek had gevonden liet ik m'n fiets achter en liep de jungle in. Om erachter te komen dat het niet de juiste weg was. Ik 'verdwaalde' in een klein dorpje maar had het geluk dat hier waarschijnlijk niet vaak blanke mensen komen. Dat betekent dus foto's maken van iedereen en huizen bekijken, en uiteindelijk een lunch bij een familie thuis, in een ontzettend mooi rieten huis met een veranda. De lunch was erg smaakvol en nog erger heet en kostte me de volgende dag veel bezoekjes aan de wc. Hierna informeerden ze in moeizaam Engels waar ik heen wilde. Twee mannen boden aan me er heen te brengen over een snel pad door de jungle. Wauw, wat zijn die bomen groot, en het geluid intens! Op het pad in de zon lag een slang van ruim een meter op ons te wachten, de mannen jachten hem weg en vertelden mij dat het gif dodelijk was. Op het strand wilden de mannen gelijk weer terug. Ik wilde hen betalen voor de lunch en de moeite die ze namen, maar ze accepteerden geen geld. Toen had ik een strand voor mij alleen: geweldig! Een grote baai met golven en natuurlijk het witte strand. Het gaf waarschijnlijk hetzelfde gevoel als dat op een onbewoond eiland. Rond een uur of drie weer terug om er zeker van te zijn dat ik voor het donker, vijf uur, uit de jungle was. Om vijf uur zat ik in een dabha (minuscuul restaurantje) in 'de markt' in village no. 3.

De volgende dag had ik, zoals gezegd, ontzettend veel last van m'n maag. En ik was pas om 13:00 in staat om m'n fiets terug te brengen. Te laat dus en de man wilde me de hele volgende dag laten betalen. Dit accepteerde ik uiteraard niet: ik laat me niet zomaar 1 euro afhandig maken! Maar mijn protest hielp niet. En aangezien de fiets toen weer 24 uur van mij was liet ik hem daar staan maar nam wel het sleuteltje mee. De man werd woedend en probeerde me te slaan (lachwekkend want het was een piepklein mannetje) en toen ik hem vast wilde houden omdat hij niet ophield kwam er een agent tussen staan. Ik heb de sleutel de volgende dag weer terug gebracht.

Olivier is de Fransman die ik al eerder genoemd heb. Ik was hem op 12 november voor het eerst tegengekomen in Hampi en we hadden toen al hetzelfde plan. We reisden dezelfde route maar niet echt samen. Hij reisde graag alleen. Maar tijdens de 8 nachten op Havelock Island werden we aardig goede vrienden en besloten we dat we wilden kamperen op Long Island. We kochten zeil, eten, en ik ondernam een urenlange, succesvolle speurtocht naar gist. Op de boot ontmoetten we 4 anderen (1 Amerikaan, 2 Israëliërs, 1 Brit) die hetzelfde gingen doen. Long Island is een lang island (verrassend) met slechts 1 dorpje op 1 van de uiteinden. De rest is dus onbewoond en vlak bij het andere uiteinde is een zoetwaterbron: een geweldige kampeerplaats dus. In het dorpje aangekomen kochten we nog wat meer eten en ik wilde graag levende kippen. Dit werd een hilarische speurtocht door het dorp met kinderen achter ons aan, op zoek naar iemand die begreep wat we wilden en daarna op zoek naar iemand die ons dit wel wilde verkopen. We kochten een kip en een haan. De laatste zou de volgende morgen niet halen en kon ons dus niet wekken.

Met een boot werden we naar Lalagy beach (vlak bij de zoetwater bron) gebracht. Daar vonden we behalve een perfect strand een groep van 7 Israëliërs. Olivier en ik vonden een erg mooie kampeerplek waar we ons zeil over de hangmatten spanden, een vuur maakten en in het donker de haan doodden. Helaas was ons grote mes net kwijtgeraakt en moest ik met mijn kleinere mes 3 keer snijden voor de haan uit 2 delen bestond. De haan bleek bejaard, het vlees was taai.

De groep Israëliërs is weg en ik ben blij dat we de anderen op de andere kampeerplaats hadden achtergelaten, waar ze last hadden van vallende kokosnoten, zandvlooien, koeien en een praatzieke Amerikaan. Wij hebben het erg gezellig en besteedden bijna al onze tijd aan het maken van grote, experimentele maaltijden. En we eten meer en beter dan ik tot nu toe in India heb gedaan. Een kleine selectie; haan, gepofte aardappel, pannekoeken, chapatti, patat, krab, gebakken vogels, rijst, zoete rijst, Indiase-zelfgemaakte-sweets, omelet, cake, caramel, dahl, noodles, etc... En na een paar dagen en een hoop gezeul met grote stenen hadden we een goed werkende en volledige keuken.

Op de dag dat we Miranda, onze kip, wilden eten ontsnapte ze. We gingen haar achterna, de jungle in. Maar toen we onszelf helemaal open hadden gehaald gaven we het op. De volgende morgen werden we door een van de Israëliërs gewekt: hij had Miranda op het strand gezien en waarschijnlijk laten schrikken. We zagen haar nooit meer.

Op de terugweg van onze eerste 'voedselmissie' naar het dorpje zagen we jagers op vogels schieten. We wilden vogels van hen kopen maar kregen ze kado. Maar we gaven ze alsnog geld, stom natuurlijk want we zetten op die manier de prijs voor vogelverkoop aan buitenlanders. In ieder geval smaakten de vogels, ze waren blauw, zo goed dat we meer wilden. Op zoek naar een geweer dus. Na 3 dagen en heel wat keren proberen vonden we een luchtbuks. En na drie uur jagen hadden we er genoeg van. Het leek of de vogels wisten dat we hen wilden doden.

Die avond hoorden we een hoop herrie in de jungle vlak achter ons kamp. Het bleek een grote krab te zijn. We vingen hem en kookten hem. We hadden allebei echter nog nooit krab gegeten en geen enkel idee hoe je zoiets klaar moet maken. Het smaakte erg goed!

Iedere avond tegen zonsondergang begon een dier in de jungle, waarschijnlijk een krekel, een oorverdovend geluid te produceren. Dit geluid lijkt op dat van een fluitketel met kokend water. Maar dit is net als het tikken van een klok, je hoort het op een gegeven moment niet meer. Als je 's nachts gaat zwemmen hier zijn er miljoenen, ontzettend kleine, kwalletjes die lichtgeven als ze in aanraking komen met zuurstof. Je ledematen zijn dus omringd met lichtjes terwijl je zwemt. En het breken van de golven is onnatuurlijk lichtgevend.

Op een middag, terwijl we probeerden te vissen, kwam er een grote donkere wolk aandrijven, met wat hagel en daarna regen. Uit deze wolk kwam een witte slang, die steeds langer werd. Een onbegrijpelijk gezicht! En op het moment dat de slurf het water raakte spoot dit zeker 3 meter omhoog. De tornado bewoog snel richting strand en verdween in de jungle. Daarna loste hij van onderaf op. Een fantastisch gezicht!

Op de laatste avond, na 11 nachten, begon het voor het eerst echt te regenen. Op die manier is er niets aan, onze openlucht keuken was onbruikbaar en het zeil net niet groot genoeg. We hebben dus veel geluk gehad en hebben dit eiland 12 dagen lang als ons paradijs mogen ervaren. Eergisteren, maandag, vertrokken we met de boot naar 'Mainland', een mooie tocht door mangrove (boom die in het water groeit) bossen. En vanuit daar met de bus naar Rangat. Gisterochtend vertrokken we vanuit daar met de bus naar Port Blair, de stad waar ik aankwam met de boot vanuit Chennai. Dit was de beste busrit tot nu toe. We doorkruisten inboorlingen gebieden en hadden gewapende militairen in de bus om ons te beschermen. De inboorlingen waren inderdaad negers, droegen nauwelijks kleren en liepen rond met pijl en boog.1 Ze leken overigens niet vijandig. Verder bestond de busreis uit 3 bootreizen. En uiteindelijk werden we gedropt in een plaats, maar niet in Port Blair. We moesten nog een of andere boot nemen. Die kwam aan en was stamp en stampvol met mensen. De boot was nog geen 20 meter lang en 4 meter breed, maar er bevonden zich zeker 1000 mensen aan boord. Ik was bang dat de boot om zou slaan, iedereen stond aan een kant. Gelukkig gingen ze allemaal van boord en was het schip bijna leeg op onze tocht. Port Blair namen Olivier en ik een crappy kamer, alles was vol. En we vierden onze laatste avond samen. We hadden bijna een maand dezelfde route gevolgd en zijn goede vrienden geworden. De volgende dag, vandaag, vloog Olivier naar Calcutta.

Ik wilde weg uit deze eilanden, per boot. Maar de boot vertrok vanochtend zonder dat ik dat wist. Gemist dus. De volgende boot gaat op de 19e, ik moet dus een paar dagen wachten. Maar vind dit geen drama: het is hier mooi genoeg.

Volgende week ben ik waarschijnlijk weer in deze stad en zal ik weer een verslag sturen.

Groet, Anne

PS: ik heb niet alle persoonlijke mailtjes gelezen, het internet is te traag. Vanaf 24 december ga ik die weer beantwoorden, sorry.

1. Archiefnoot (2026): zo schreef ik dat op in 2003. De oorspronkelijke bewoners van de Andamanen — onder andere de Jarawa en de Onge — noem je uiteraard geen ‘inboorlingen’ of ‘negers’; hun voorouders bereikten de eilanden tienduizenden jaren geleden als een van de vroegste migraties uit Afrika.