Anne’s reisverslag · India, Nepal & Tibet 2003–2004
Scheren met een Indiaas mes
Dag mensen,
Een gelukkig nieuwjaar vanuit het koude Darjeeling in India! Ik zit nu op exact 1/3 van m'n reis en over msn (voor oma: dat is een manier om via het internet met vrienden te communiceren) vraagt iedereen mij of het lang lijkt of juist niet. Ik weet het niet, aan de ene kant lijkt het lang, ik heb behoorlijk wat plaatsen gezien (na wat rekenen kwam ik op 34 verschillende overnachtingsplaatsen, de trein niet meegerekend) maar aan de andere kant kan ik me de eerste dag nog goed herinneren. In het begin maakte ik me druk om mijn geld, ik gaf veel te veel uit (12 euro per dag). Maar nu ik weet waar ik m'n geld uit moet geven en wat de echte prijzen zijn is alles veel goedkoper. Ik leef nu van zo'n 3 tot 6 euro per dag. En dat is inclusief overnachting, reizen, eten, kleren, boeken, internetten, toegangsprijzen, etc...
In mijn vorige mail vertelde ik dat ik naar de film was geweest in Calcutta, maar ik was vergeten te zeggen dat ik de cabine in was gelopen (voor niet Saentje mensen: dat is de plek vanwaaruit de films vertoond worden) en de mensen daar vonden het zo geweldig dat ik ook in een bioscoop gewerkt had dat ik de film in mocht leggen en starten. Een erg leuke ervaring: in 't Saentje is de apparatuur niet super modern maar dit was echt ontzettend oud! Ze draaien daar met twee projectoren, acte per acte en ze gebruiken koolstofstaven in plaats van een xenon lamp.
De ochtend na m'n vorige mailtje stond ik rond 5:30 op om naar het Mother Theresa Motherhouse (dat is de plek vanwaaruit ze werkte voor ze 6 jaar geleden stierf) te gaan. Daar kregen we een simpel ontbijt en kregen we te horen hoe we (ik en 4 anderen) naar onze werkplek konden komen. Ik werkte de middag in Nabou Jibon: een huis voor stervende mensen en geestelijk en lichamelijk (meeste beide) gehandicapte kinderen. M'n eerste taak was het scheren van de oude mannen. Erg lastig want ik had nog nooit iemand anders geschoren en zeker niet met een Indiaas mes op een gerimpelde papierdunne huid. Het ging dus gepaard met heel wat wonden. Om 10 uur was het chai (thee) tijd. En daarna gingen we naar de andere kant van het huis: naar de kinderen. Deze bleken echt ontzettend zwaar gehandicapt. Communiceren was onmogelijk. Sommige konden niet lopen, anderen liepen op de verkeerde kant van hun voet weer anderen waren blind, doof of stom. En een enkeling had alles tegelijk. Bij onze aankomst zaten ze in de tuin. We probeerden daar in contact te komen met hen. Dat gaat door middel van strelen, masseren, omhelzen. Na een uurtje moesten ze allemaal verplaatst worden naar de eethal. En daar moesten de meesten geholpen worden met eten. Hierna is het handen wassen en uitkleden. Dan allemaal naar de wc en opnieuw aankleden, vervolgens naar bed. Dit alles is een hoop werk met 22 kinderen. En een vies karwei: de kinderen laten constant alles lopen en je bent constant bezig met het verschonen van hun kleren. Om 12 uur waren we klaar, de kinderen gingen slapen tot 3 uur. Met de 4 andere vrijwilligers reisden we terug. 3 van hen waren Amerikanen die nog maar net in India waren aangekomen. Ze waren daar maar voor 2 weken, alleen maar om vrijwilligerswerk te doen. Het was vreemd voor mij om opeens met niet-reizigers om te gaan. Ze keken op van alles! En waren bang om op straat te eten. Logisch natuurlijk, zo liep ik ook rond in Bombay, maar vreemd voor mij.
Die middag ging ik naar Kalighat, ook een Mother Theresa huis. Daar liggen ook stervende mensen. Maar deze mensen komen nauwelijks uit hun bed en hebben meer medische hulp nodig.
M'n eerste taak daar bestond uit het doen van de was. Erg gezellig, we waren daar namelijk met veel te veel vrijwilligers dus alle tijd om wat te praten en wat lol te maken. Het probleem was dat in dit huis te veel vrijwilligers komen voor een paar dagen, zoals ik. De ervaren vrijwilligers (Andy bijvoorbeeld werkte daar al 16 jaar!) namen dus weinig moeite om iets uit te leggen. Begrijpelijk maar lastig voor mij. Ik liep dus een beetje verdwaald rond.
Die avond vroeg naar bed, dit werk was uitputtend! En de volgende dag, oudejaarsdag, was het hetzelfde liedje. Met het verschil dat ik nu wist wat er ging gebeuren en dus meer zelfstandig kon werken. Ik werd goed in het scheren en de oude mannen wilden alleen nog maar door mij geschoren worden (ja, daar ben ik trots op). Op de kinderafdeling liep die dag een Engelse man rond die daar ieder jaar een maand kwam werken. Erg prettig: hij kon ons veel vertellen over de kinderen en hun vooruitgang.
's Middags weer naar Kalighat. Dat werd een chaotische middag. Ik bespeurde een man die volgens mij aangaf dat hij naar de wc moest, z'n broek was nat. Ik zocht een ervaren vrijwilliger om me te helpen. Het bleek dat deze man een katheter (een buisje om door te plassen) en dat deze verstopt was. Z'n buik was opgezet door de urine die niet weg kon. Al het medisch personeel was druk bezig en dit was niet urgent genoeg. Deze ervaren vrijwilliger had al wel eens gezien hoe ze een verstopping verhielpen en dat was genoeg. We gingen het samen doen. Het is een hoop gehannes met slangen en spuiten en erg eng omdat ik geen idee had wat ik deed en niet zeker wist of die andere dat wel wist. En nog enger omdat de man helse pijnen moest doorstaan. Maar na een half uur stroomde de boel weer zoals het hoort en bedankte de man ons door in onze handen te knijpen.
Die avond had ik met een Franse jongen afgesproken dat we alcohol in gingen slaan voor oud en nieuw. En nadat we eten hadden gekocht voor een zieke jongen in ons guesthouse begaven we ons naar het dakterras waar we een erg gezellige avond hadden met een stuk of 20 reizigers. De volgende dag werd ik pas rond drie uur 's middags wakker (om aan te geven hoe gezellig het was). Die dag was donderdag en dat is traditioneel de vrije dag voor vrijwilligers: kwam goed uit.
De volgende dag ging ik direct naar Nabou Jibon en het lukte me om daar rond 6:30 te zijn. Op die manier kon ik helpen met de kinderen uit bed halen en ontbijt geven.
Na 4 dagen vrijwilligerswerk, veel te kort, nam ik 's avonds de trein naar het noorden, naar Darjeeling. Dit ligt aan de voet van de Himalaya, op 2100 meter. Vanuit hier is de derde hoogste berg van de wereld te zien. Het is echt een geweldig mooie stad, veel kleine straatjes, vriendelijke mensen en weinig verkeer. De mensen hier zien er anders uit. Ze lijken op (en zijn) Tibetanen. De meisjes hier zijn veel spontaner en in tegenstelling tot de rest van India (waar alleen de jongens dit doen) komen ze op je af om met je te praten. Verder is het hier behoorlijk koud en vriest het 's nachts. Darjeeling is de plek waar 25% van de Indiase thee (en Indiërs drinken veel thee) vandaan komt. Het is dus omgeven met plantages, erg mooi om te zien!
Ik zit hier te bibberen van de kou zonder handschoenen en ga er dus weer vandoor!
Groet,
Anne
M'n route: http://members.ams.chello.nl/gschuth1/india/Kaart.jpg
Dit verslag komt uit de reismails die ik in 2003–2004 onderweg vanuit internetcafés naar thuisblijvers stuurde, lang voor er een blog was; in 2026 teruggevonden in m’n e-mailarchief.